Voorzitter Geert-Jan Van Cauwelaert en projectleider Emma Vanbeckevoort.

 

Hoe is Antwerp Design Week ontstaan?

Geert-Jan: ‘Het idee voor Antwerp Design Week is eigenlijk al meer dan tien jaar oud. Tijdens een treinreis door Indonesië zat ik met een goede vriend te mijmeren over hoe mooi het zou zijn als België zijn interieur- en designsector beter zou bundelen. We droomden van een ‘deco valley’ in Vlaanderen, waar internationale bezoekers van showroom naar showroom konden rijden. Maar in realiteit is dat vrij onhaalbaar: onze bedrijven zijn verspreid over het hele land en iedereen werkt zelfstandig. Toch bleef het idee hangen. Tijdens corona werd alles concreter: internationale beurzen vielen stil, maar onze showrooms bleven wél open. Dat was het moment waarop we beslisten: we moeten nu iets ondernemen.’

Emma: ‘Geert-Jan heeft daarna samen met Axel Van Den Bossche van Serax en Benoit Loos van Ethnicraft het initiatief genomen voor een vzw. Zo konden we samenwerken met partners en de stad. We begonnen meteen met zestien sterke Belgische merken. De afgelopen derde editie waren dat er al 80.’

Geert-Jan: ‘Wanneer het op handel aankomt, is Antwerpen de meest tolerante stad op aarde. We hebben alle merken dus met open armen ontvangen. Onze eerste editie was een test, maar sindsdien zijn we gegroeid. In deelnemers, bezoekers en internationale uitstraling.’

Young Creative Hub in samenwerking met FlandersDC.

Wat wilden jullie anders dan bij klassieke designbeurzen?

Emma: ‘We wilden geen anonieme standen, maar een platform dat design toont in zijn natuurlijke omgeving. Merken ontvangen bezoekers in hun eigen ruimte. Dat zorgt voor echtheid, gastvrijheid en beleving.’

Geert-Jan: ‘En het is duurzamer. Geen tijdelijke opstellingen of transport. We hoeven ook geen meters te verhuren, waardoor we kunnen cureren op inhoud en kwaliteit.’

Wat maakt Antwerpen zo geschikt als een designstad?

Geert-Jan: ‘Het is een metropool op zakformaat. De ligging is bovendien ideaal: mensen uit Nederland, Duitsland of Frankrijk rijden hier zo naartoe. Eerst hebben we samen een stadsgids gemaakt, om ook internationale bezoekers te laten zien dat er méér te ontdekken valt dan één merk.’

Emma: ‘Alles in district downtown ligt op wandelafstand. En daarbij kan je heel goed design combineren met mode, kunst en gastronomie. Het totaalplaatje klopt. En als je één showroom bezoekt, ontdek je vaak meteen tien andere plekken die je niet kende.’

Jullie geven ook jonge ontwerpers een plek.

Emma: ‘Inderdaad, we werken samen met Flanders DC. Jonge ontwerpers kunnen zich inschrijven en een jury beoordeelt de haalbaarheid. In 2026 krijgt dit luik een prominentere plek, en mogelijk ook een samenwerking met Rotterdam.’

Wat ontbreekt nog om Antwerpen definitief op de internationale designkaart te zetten?

Emma: ‘Meer pop-ups in het centrum. Tijdelijk merken voorstellen in het centrum werkt, dat was wel te zien aan Henry Dean en Ju die zich laatst even in de Kloosterstraat vestigden. En: we mogen wat minder bescheiden zijn. Bij Milan Design Week zie je de Italiaanse merken, bij Stockholm Design Week de Scandinavische. Belgisch design mag ook zichtbaarder worden.’

Wat mogen we verwachten van volgende editie?

Emma: ‘Nog meer beleving, nog meer verrassingen en een nog grotere rol voor Antwerpen zelf als decor.’

Geert-Jan: ‘We denken aan een container trail door de stad: twintig containers, elk met een eigen collectie en verhaal. Een knipoog naar de haven én naar de zichtbaarheid van design in de publieke ruimte. En afgelopen editie zijn veel bedrijven komen scouten. We hebben daardoor al een paar hele mooie samenwerkingen op het oog.’

adw.life