In april lanceerde Louis Vuitton zijn allereerste interieurcollectie. Naast textiel en decoratie omvat die ook een volledige reeks meubels en verlichting. De collectie is er gekomen in samenwerking met grote namen uit de designwereld. 

Louis Vuitton had bij deze collectie één helder doel voor ogen: comfortabel design met een knipoog naar Scandinavisch minimalisme. In 2012 lanceerde het huis al Objets Nomades: een limited edition met internationale ontwerpers en traditioneel vakmanschap. En nu waagt het huis dus een volgende sprong. Het breidt zijn wereld van art de vivre uit met meubels en decoratie. De ‘Signature’-collectie telt een tiental modellen die niet alleen mooi maar ook functioneel zijn. De ontwerpen spelen met grafische patronen, vlechtwerk en inleg van hout of schelpen. 

‘Onze banken, fauteuils, stoelen, tafels en buffetten brengen onze huisstijl, maar met een frisse twist’, aldus Louis Vuitton. ‘We werken met onze favoriete materialen zoals leer, hout en stro-inleg, en spelen met onyx, edele houtsoorten en de mooiste stoffen.’ Al in 1885 ontwierp Louis Vuitton reiskoffers die omgetoverd konden worden tot een veldbed, speciaal voor avontuurlijke reizigers. Het hoeft dus niet te verwonderen dat het merk ons interieur ziet ‘als een bron van creativiteit en inspiratie, die de waarden van gezelligheid en levensgenieten uitstraalt. Die waarden hebben altijd al de kern van Louis Vuitton gevormd. De collectie vormt trouwens ook een prachtig platform om de creativiteit van het huis te tonen, met een sterke nadruk op uitzonderlijk vakmanschap. Ontwerpers Patrick Jouin, Cristian Mohaded, Patricia Urquiola en Atelier Biagetti gingen intensief aan de slag met Louis Vuitton, ‘met respect voor ieders unieke visie, talent en vakmanschap, en vanuit hun eigen creativiteit. Ze verleggen de grenzen van het ambacht en geven de karakteristieke stijl van het huis een frisse en vernieuwende touch. Hierbij blijven ze uiteraard wel trouw aan het DNA van Louis Vuitton’, zo luidt het bij het merk. 

Verwachtingen ontleden 

Het kan een natuurlijke uitbreiding zijn van vakmanschap dat gespecialiseerd is in art de vivre… Of misschien is het gewoon een slimme zakelijke zet? In elk geval hebben veel modemerken zich de afgelopen jaren diep genesteld in ons dagelijks leven en in alle facetten van onze identiteit. Dinah Sultan, stijldirectrice bij Peclers Paris, legt het zo uit: ‘In de luxesector zijn de huizen die vroeger vooral bekend stonden om mode en accessoires, zo’n tien jaar geleden doorgebroken in de schoonheidswereld. Interieurdesign bleef tot nu het laatste nog onontgonnen gebied, wat natuurlijk het voordeel oplevert van een gigantische markt die open ligt én oneindig veel mogelijkheden om unieke ervaringen te creëren. Hierdoor kunnen merken, zowel grote spelers als onafhankelijke labels, via diverse kanalen hun stem laten horen en verschillende doelgroepen aanspreken.’ Ze wijst erop dat ‘sommige huizen die vandaag interieurlijnen lanceren ook in het verleden al sterk betrokken waren bij andere sectoren. Denk maar aan Loewe, dat met zijn Craft Prize voor jonge ontwerpers de opkomende generatie designers sponsort. De Design Week in Milaan was lange tijd voorbehouden aan professionals, maar sinds corona trekt het een nieuw, divers publiek aan. Innovatieliefhebbers, trendzoekers en lifestylefans maken het event steeds groter en breder. Het is een wereldwijd fenomeen geworden waarin merken slim hun plek opeisen. Ze inspireren, cureren en bereiken zelfs media die normaal niet aan mode raken. Zo bouwen modehuizen actief aan hun imago en knowhow. Dit jaar waren ze in Milaan extra zichtbaar, zeker tijdens de off-events in de historische palazzi verspreid over de hele stad. Ook meubilair maakt immers een essentieel deel uit van onze lifestyle.’ En zo vormt het nu dus ook de basis van een nieuwe huisstijltrend.