Meer nog dan voor zichzelf, zocht designer Linde Freya Tangelder van Destroyers/Builders een huis voor haar werk. En dus transformeerde ze deze sixtieswoning tot showroom, atelier en een klein beetje privé.
Foto’s Justin Paquay
Als je bij Linde Freya Tangelder binnenstapt, begrijp je waarom het Vlaams-Brabantse Pajottenland zo’n aantrekkingskracht had op Pieter Bruegel de Oude, die er menig schilderij verbeeldde. Verstopt achter het stille struikgewas van een doodlopende straat, op luttele kilometers en toch mijlenver van het chaotische gedonder van de hoofdstad, ontvouwt zich achter een lage bakstenen façade een prachtig panorama: glooiende heuvels, boerderijen, … ; een natuurlandschap dat zelfs aan de vooravond van de winter weldadig oogt. Waar de meeste huizenjagers ‘ideaal om te wonen’ zouden denken, wist Linde Freya Tangelder onmiddellijk: ‘ideaal om te werken’.

Designer Linde Freya Tangelder van Destroyers/Builders zocht in de eerste plaats een onderdak voor haar showroom en studio; die vond ze in een sixtieswoning in het Vlaams-Brabantse Asse.
‘Vanaf het begin was het idee dat een nieuwe woning vooral als showroom zou dienen’, zegt de designer. En dus staat op dat bucolische uitzicht geen gezellige sofa gericht, maar doet haar Dining Table er dienst als bureautafel. Overal daarrond: de ontwerpen waarmee Tangelder haar signatuur uitbouwde, en waarmee de Nederlandse na haar afstuderen aan de Eindhoven Design Academy vanaf 2014 internationaal naam ging maken als Destroyers/Builders. Haar bekende gelakte Windows of Bo Bardi-krukken delen de ruimte met lampen en tafels die ze voor Cassina ontwierp. Om de hoek staat een Reworked Bench, de in geborsteld aluminium opgetrokken bank die dit jaar op de Salone del Mobile debuteerde – en het eerste project waarbij ze experimenteerde met het lakken van textiel. In de metalen roomdividers en spiegelende wandkasten reflecteert het schaarse winterlicht, terwijl een Curved Bench naast de open haard op de pick-up van de nieuwe eigenaar wacht.
Studio-galerie
‘Uiteraard gaat dit opzet wat ten koste van de huiselijkheid’, geeft Tangelder toe. ‘Maar in de eerste fase was het belangrijker om een plek voor mijn werk te vinden dan een thuis. Ik hecht minder belang aan een grote woonkamer of slaapkamer; daarin ben ik gewoon minder veeleisend. Ik vind het veel leuker dat we dit, wat ooit gebouwd werd als familiehuis, konden transformeren tot een studio-galerie.’
Maar thuiskomen doet ze er uiteindelijk toch: ‘Het voelt goed om, bijvoorbeeld na een tijdje in het buitenland, terug te keren naar een studio waar alles samenkomt. De verschillende fases van mijn werk hier bij elkaar zien, inspireert: een idee dat ik in een ontwerp niet helemaal ontwikkelde, krijgt later misschien alsnog een plek. Het geeft energie om de volgende dag weer aan iets nieuws te beginnen.’

Van de ruimte die ooit een volgestouwde televisiehoek was, maakte Linde Freya Tangelder als het ware een serene achtergrond waartegen haar ontwerpen volledig tot hun recht komen. In een oogopslag vertellen ze over de verscheidenheid en continuïteit van haar werk: van vroegere stukken als het uit spaanplaat gegutste Archetyping Daybed uit 2018 tot het recentere glaswerk.
Op de rem
Zolang de grote renovatie van het dak, de ramen en een uitbreiding op de garage niet voltooid is, blijft de privéruimte in huis erg beperkt, maar ten huize Tangelder is dat geen probleem: ‘Doordat mijn partner voor zijn job ook vaak weg is, vinden we het best oké dat ons privéleven zich vooral in de keuken afspeelt wanneer we elkaar zien. We weten dat een kleine ruimte heel goed werkt voor ons.’ Het is dan ook de enige plek in huis waar meubels staan die ze niet zelf ontwierp: de zitbank van Ate van Apeldoorn die dezelfde uitgepuurde rust uitstraalt als het werk van Donald Judd, en een lampje van Nicolas Zanoni die enkele jaren haar studio-assistent was. ‘Het is, samen met de slaapkamer en badkamer, de enige ruimte die we echt privé gebruiken. Tenzij vrienden langskomen en het weer tuindiners niet toelaat. Dan schuiven we in de showroom aan tafel, maar ik voel dat we nooit helemaal voluit gaan – kaarsjes uithalen of zo. Je staat altijd een beetje op de rem, want de volgende dag moet alles weer netjes zijn voor wanneer een klant passeert.’
Labyrint
Het is dankzij de job van haar partner, landschapsarchitect Jo Groven, dat de heuvelende, groene streek rond het Vlaams-Brabantse Asse in het vizier kwam.’Hij kent het hier goed, door de vele projecten die hij hier al leidde, maar daardoor – we woonden toen nog in Antwerpen – zat hij ook constant in de file. Als we iets zouden kopen, wist ik: Antwerpen zou het niet worden. Het moest een meerwaarde zijn: voor hem én voor mij. Hier zijn we omgeven door natuur, en zit er in de architectuur een verhaal dat bij het mijne past.’ De woning met haar rode baksteenmuren, typisch voor architect Jozef Lietaert, deed haar denken aan het labyrint dat Per Kirkeby in 1993 in het Antwerpse Middelheimmuseum bouwde en dat zich ook niet meteen helemaal blootgeeft. ‘Eigenlijk was het huis afgeleefd. Sinds 1967 had het dezelfde eigenaar, die hier op het einde nog alleen woonde. Overal zaten lelijke linoleum- en tegelvloeren, in elke ruimte een andere kleur, maar tegelijk zag ik onmiddellijk de mooie elementen: zwarte kaders rond de deurposten, deuren die tot aan het plafond reiken.’
Krijtkribbels
Van de verfstroken die zichtbaar blijven in de Horn Variations-krukken, tot mallen die objecten op zich worden of de Monograph-tapijten voor CC-Tapis die refereren aan knippen, plakken, plooien en collages: Tangelder laat bewust ruimte voor experiment en verhaal in het maakproces van haar producten, en in het verhaal van haar huis was dat niet anders. Tangelder wijst omhoog: op de draagbalk aan het keukenplafon d herinnert het haastig in krijt gekribbelde ‘Destroyers/Builders’ aan de weg die het metalen gevaarte ooit vanuit een staalatelier naar deze ruimte aflegde. ‘Zo’n element vind ik superleuk om te behouden.’
Het overgrote deel van de renovatie pakten Tangelder en haar partner wel zelf aan, in een rush van amper een jaar. Het vergeelde houtparket werd opgeschuurd en kreeg een matte chocoladebruine afwerking. Toen ze bij het verwijderen van een gordijnbak ontdekten dat er achter het plafondpleisterwerk een betonplafond met houtreliëf zat, twijfelden ze geen seconde: vloer afdekken, al het pleisterwerk eraf. De typische sixties-linoleum werd vervangen door een egaline-ondervloer die ze – exact zoals verhoopt – konden afwerken met een restje houtolie. En nadat ze met cementpleister voor een ruwere korrel hadden gezorgd, schilderden ze de muren grijs. De methode? Soms nét iets minder conventioneel dan gewoonlijk: ‘Niet overal haalden we het behangpapier helemaal weg – soms schilderde ik er gewoon over. Mijn vriend lacht daar minder hard om dan ik, maar ik vind het interessant om te zien wat er vervolgens gebeurt, hoe de verf reageert en waar aanpassingen nodig zijn. Als we meteen nieuwe ramen hadden gezet, had ik nooit geëxperimenteerd met het volledig schilderen van de kozijnen en de vensterbank. Het idee van tijdelijkheid in een woning geeft me net de vrijheid om dingen te testen – wat niet lukt, passen we later wel aan.’
![]()

Een stoel uit de ‘Sculpting Archetypes’-reeks en een glazen Wax, Stone, Light-Cassina-lamp reflecteren zacht in het geborstelde aluminium van een Mirror Screen roomdivider.
‘Vanaf het begin was het idee dat een nieuwe woning vooral als showroom zou dienen.’
Urenlang lakken
Naast showroom is de woning ook atelier; bijna elk meubel van Destroyers/Builders ziet hier het levenslicht en wordt hier afgewerkt. Waar ooit een kinderkamer was, maakt Tangelder vandaag tactiel werk: prototypes, modelleren in wax, nieuwe textielstalen voor toekomstige projecten. ‘Doordat we de structuur van de woning onaangeroerd lieten en de kleine kamertjes bleven bestaan, leef ik hier eigenlijk van atelier naar atelier.’ Aan de andere kant van de woning, in wat ooit de garage was, verricht ze het zwaardere werk in een groter atelier. Daar schuurt, lakt, gutst en polijst ze. Voor iemand die zo’n handmatig werk doet, is het bijna onmogelijk om níét met je meubels te leven. Voorbeeld: om de houtgelakte stukken hun juiste diepte te geven, gaat er uren lakwerk aan vooraf. Elk onderdeel krijgt een laag die na minstens een dag drogen wordt opgeschuurd voor de volgende – soms tot wel tien lagen toe.
Voor Tangelder maakt het allemaal deel uit van het ritme van haar studio: ‘Hier is continu transformatie aan de gang.’ Wordt er het ene moment meditatief gelakt, dan stapelen de meubels zich op een ander moment op en zoemen de schuurmachines tot op deadlinedag. Dat, of de stofzuiger: ‘Je wil niet wéten hoeveel uren hier kruipen in het stofzuigen voor een shoot. Het stof kruipt echt overal!’ •