Het Italiaanse Boffi, toonaangevend internationaal label qua keukens en meubels, werd 90 … Maar dat betekent niet dat het huis op zijn lauweren rust. Onder leiding van CEO Roberto Gavazzi ontwikkelde Boffi met de jaren een onweerstaanbare succesformule.

Hierboven De Braziliaanse CEO Roberto Gavazzi: ‘De eerste monobrand Boffi-winkel, geopend in 1998 aan Via Solferino in Milaan, straalt nog steeds een loftsfeer uit. Keukens worden er vakkundig gecombineerd met DePadova-meubelen en ADL-scheidingswanden en -deuren.’ Een blikvanger is ‘Novanta’, een collectie ontworpen door Piero Lissoni ter ere van de 90e verjaardag van het huis.
Je ontving de Compasso d’Oro voor je hele carrière. Hoe voelde dat?
Ik voelde mij trots maar ook nederig. De Compasso d’Oro is een Italiaanse prestigieuze onderscheiding voor vooraanstaande ontwerpers en architecten. In de wereld van industrieel design betekent dit echt heel veel.
Hoe kwam je terecht bij Boffi?
In 1989, na een carrière bij Saint-Gobain en bij Olivetti, stapte ik over naar Boffi. Destijds werd het voornamelijk in Italië verdeeld en was de omzet 7 miljoen, een schril contrast met de bijna 130 miljoen nu. Oprichter Piero Boffi en zijn zonen Dino, Pier Ugo en Paolo zochten toen een partner om het bedrijf toekomstgericht te maken.
Wat was je oorspronkelijke visie?
Eerst wilden we de keukenafdeling versterken en internationaal uitbreiden, daarna badkamers en opbergsystemen. Daar hadden we tot 2000 onze handen mee vol. Daarna volgde assortimentsuitbreiding en een overstap van productgerichte naar projectgerichte aanpak.
Daarom namen jullie het meubelbedrijf DePadova over?
Ja, in 2015. We wilden de identiteit van Boffi behouden en zochten een merk dat zich richtte op de rest van een woning – van de woonkamer tot de eet- en slaapkamer – om een compleet woonconcept te creëren. DePadova paste perfect in het plaatje: een verfijnde stijl die aansluit bij de onze, een zelfde designfilosofie, een sterke geschiedenis en een veelbelovende toekomst. Maar het kostte me meer dan tien jaar om Maddalena De Padova en haar zoon Luca te overtuigen.
Jullie hebben die expansiestrategie verdergezet met de overname van ADL.
Precies. ADL ontwikkelt deursystemen die niet alleen functioneel zijn, maar ruimtes op een spectaculaire manier vormgeven. Het zijn bewegende structuren die architectuur tot leven brengen. Met de overname in 2019 kregen we een nieuw instrument in handen om innovatieve, allesomvattende oplossingen te bieden.
Boffi’s identiteit is sterk verweven met artistiek directeur Piero Lissoni. Wat leerde je van hem en Paolo Boffi?
Piero Lissoni leerde me dat stijl meer is dan de som van producten. Het is ervaring, een samenhangend geheel. Hij werkt al sinds 1986 bij Boffi en had de visie van andere ontwerpers uit te nodigen. Denk maar aan Joe Colombo en Antonio Citterio, voor onze badkamerlijn bijvoorbeeld. Paolo Boffi leerde me de technische finesse en het belang van direct contact met de vaklui. Hij is een expert in productiesystemen. Dankzij Piero Lissoni en Paolo Boffi ben ik een completere ondernemer geworden.
Hoe zou je het ‘Way of Living’-concept omschrijven dat collecties van de Boffi DePadova Group met elkaar linkt?
Boffi had ook zelf sofa’s en deuren kunnen ontwerpen, maar in plaats daarvan hebben we ervoor gekozen om onze expertise en specifieke karakters te bundelen en te versterken. Zo creëren we een complete levensstijl die aansluit bij de verwachtingen van onze meest verfijnde klanten. Onze monobrand showrooms overal ter wereld zijn een weerspiegeling van die ambitie.
Boffi bestaat binnenkort honderd jaar. Welk keukenmodel is voor jou nog altijd een favoriet?
‘Xila’, een ontwerp uit 1972, is voor mij hét toonbeeld van tijdloosheid binnen Boffi (het model, met zijn innovatieve greeploze fronten, betekende een revolutie binnen het Italiaanse design, red). Deze keuken wordt nog steeds dagelijks gebruikt door vele klanten.
Symbool van duurzaamheid en puur Italiaans vakmanschap?
De ingetogen elegantie van Italiaanse stijl – ook kenmerkend voor Italiaanse modehuizen – is het resultaat van een constante zoektocht naar perfectie. Dit vertaalt zich in een verfijnde balans tussen industriële en natuurlijke materialen, gecombineerd met een scherpe blik op interieurtrends en innovatie.