01. Leonet Hoang, Grenzeloos
Ze zijn architect, galerist en vintage-expert: de interieurs van Charles Leonet en Ngoc Hoang vormen een levendige dialoog tussen Belgisch erfgoed en internationale invloeden. Het duo doorkruist de wereld om er klanten én inspiratie op te zoeken. Bij dit schrijven zit Ngoc in New York, terwijl Charles net terug uit India landde. Hij neemt ons mee in hun creatieve universum.
Door Isabelle Vander Heyde

Charles Leonet en Ngoc Hoang. © Justin Paquay
In wiens artistieke wereld zou je graag een denkbeeldige vakantie doorbrengen?
‘In die van Tyeb Mehta, de Indiase schilder en beeldend kunstenaar. Zijn werk is intens figuratief — vooral paarden en stieren — en zijn kleurgebruik is ronduit hypnotiserend. Hij werkte ook mee aan een ondergrondse galerij in Ahmedabad, samen met architect Balkrishna Doshi. Voor mij is Doshi een zwaar miskend genie.’
En waar zou je één nacht willen logeren, anywhere in the world?
‘Gek genoeg in het Palais Bulles van Pierre Cardin, terwijl ik eigenlijk niets met organische architectuur heb.’
Staan jullie reizen altijd in het teken van architectuur?
‘Daar komt het meestal op neer (lacht). Ngoc ontdekte enkele jaren geleden de modernist Geoffrey Bawa in Sri Lanka en stippelde een hele route langs zijn gebouwen uit. Ze was zo overtuigend dat ik zes maanden geleden exact dezelfde tocht heb gemaakt.’
Jullie liefde voor vintage is eigenlijk ook een tijdreis. Favoriete haltes?
‘Ons aanbod focust op stukken uit de jaren 20 tot 80, maar in onze interieurs sluiten we geen enkel tijdvak uit. Mijn eigen huis bevat zelfs 17de-eeuwse, barokke elementen — een verrassend pure periode. Ngoc danst in haar appartement van de Weense Secessie naar jaren 80 en seventies brutalisme. Wij gaan all-in: onze kracht is om uit die mix één coherent verhaal te bouwen.’
Wat mag er voor jou onder de kerstboom liggen?
‘Zonder twijfel een werk van de Frans-Spaanse schilder Angel Alonso…(lacht).’
02. Charles Laib Bitton,Verre en innerlijke reizen
Van Londen tot Firenze: Charles Laib Bitton (Brussel, 1985) staat voor een intuïtieve, levende schilderkunst, ontdaan van de kunstgrepen en visuele overdaad van onze tijd. Hij heeft het niet voor spektakel, maar zwicht voor spontaniteit, eerlijke materialen en alle mysteries die daaruit kunnen voortvloeien. Zijn schilderkunst wordt gevoed door rauwe emoties en is doordrongen van de steden die zijn blik hebben gevormd. Zijn oeuvre is dus niet zozeer een verre, maar wel een innerlijke reis.
Door Gwennaëlle Gribaumont
Londen (2006-2008)
In Londen ontdekte Charles Laib Bitton de kunst als een existentiële mogelijkheid. Hij was opgegroeid in een zeer traditionele omgeving waar geen plaats was voor kunst en studeerde bedrijfskunde. Hij wist toen nog niet dat creativiteit een optie was. Hier vond hij zijn roeping: de jongeman studeerde er design, een tussenstap naar de schilderkunst.
New York (2008-2013)
Charles Laib Bitton was naar New York gekomen voor een baan in de wereld van architectuur en design, maar hield zich tegelijkertijd bezig met muziek. Een brutale inbraak kostte hem echter het grootste deel van zijn composities. Dat was een pijnlijk verlies en een beslissende trigger. Dit voorval bleek een kantelpunt: beeldende kunst nam voortaan het voortouw en dwong hem zich daar volledig aan te wijden. Tijd om terug de grote plas over te steken.
‘Sommige schilders zijn nog nooit hun stad uitgekomen. Anderen hebben veel gereisd. Toch kunnen ze allemaal dezelfde visuele ideologie delen. Het gaat er niet om hoeveel afstand je aflegt, maar of je erin slaagt het mens-zijn te zien en te laten zien.’
Lissabon (2014) & Berlijn (2019)
Zowel in Lissabon als in Berlijn leefde de kunstenaar bescheiden. Hij reisde licht, logeerde bij vrienden en familie en verbleef in geïmproviseerde ateliers zodat hij voortdurend kon creëren. Hij ging niet naar de academie en volgde dus geen kunstopleiding. Toch stelde hij zichzelf hoge eisen. Hij beleefde de steden nu eens als bakens van licht dan weer onrustig en nerveus. Maar ze verankerden hem hoe dan ook in een pretentieloze schilderkunst, gevoed door obsessies en herhaling.
Kopenhagen (2015)
In Kopenhagen verstrakte de winter zijn kleurenpalet en zijn blik. Licht werd schaars, bijna heilig. Zwart, grijs en wit werden zijn natuurlijke metgezellen. In die duisternis, die synoniem stond voor vruchtbare eenvoud, verfijnde hij zijn beeldende identiteit.
Wenen (2015-2018)
In Wenen schreef hij zich in aan de Academie voor Schone Kunsten. Hij wilde een diploma behalen om zo makkelijker toegang te krijgen tot programma’s voor woongelegenheid en financiering. Hij behaalde zijn diploma en liet zich inspireren door de Wiener Werkstätte. Hun voorliefde voor exacte en esthetische verhoudingen scherpte zijn oog voor detail nog meer aan. Charles Laib Bitton werd daarna toegelaten tot de Academie voor Schone Kunsten in Düsseldorf.
Firenze (2022-2026)
Charles Laib Bitton woont inmiddels al vier jaar in Firenze en heeft daar de perfecte balans gevonden tussen werk en privé. Hij woont en schildert in dezelfde ruimte en leeft bijna als een monnik. Zijn penseelstreken zijn eenvoudiger geworden. Zijn kleurenpalet oogt milder, alsof elke schakering voortaan zijn aanwezigheid moet verdienen. ‘Ik ben gelukkig waar ik ben. Ik heb het gevoel dat ik voor altijd in Firenze zou kunnen blijven en er steeds weer alle inspiratie zou kunnen vinden die il nodig heb.’
03. Florence Derck, Kunst voor morgen
Een digitaal platform dat kunst kopen koppelt aan een zintuiglijke ervaring: dat is de ambitieuze missie van Demain Art. En dat is ook hoe Florence Derck kunstenaars en verzamelaars die in België actief zijn, bij elkaar brengt.

‘Ik wilde een plek bedenken en bouwen waar jonge kunstenaars in België zichtbaar worden. Die twee woorden, Demain Art, verwijzen ook naar een knelpunt in de hedendaagse kunstwereld’, aldus Florence Derck. De voormalige directrice van Gladstone Gallery waagde zich, net na COVID-19, aan deze bijzondere uitdaging. ‘Het was een periode waarin iedereen zichzelf in vraag stelde. Zo is Demain Art ontstaan, uit het verlangen om opkomende kunstenaars te verbinden met verzamelaars’, vertelt ze met een creatieve glinstering in de ogen.
Demain Art is veel meer dan een digitale vitrine. Verzamelaars krijgen een totaalervaring, met atelierbezoeken en een tool waarmee ze een werk virtueel in hun eigen interieur kunnen projecteren. Ook voor kunstenaars is het meer dan een etalage: het is een platform dat hun creatieve traject actief ondersteunt.
Maar de missie van Demain Art reikt nog verder. ‘We organiseren tijdelijke tentoonstellingen, vaak in samenwerking met andere spelers uit de sector.’ De meest recente was SUMMUM, begin december in het Antwerpse Kolveniershof, samen met Leonet Hoang.
Speciaal voor ons licht Florence Derck haar vier favorieten uit de Demain Art-catalogus toe.
01. Les réminiscences, Joséphine Suillaud, 2025

Les réminiscences, Joséphine Suillaud, 2025
‘Dit werk is van de jongste kunstenares in onze selectie en tegelijk onze recentste aanwinst. Ik ontdekte haar tijdens haar afstudeertentoonstelling aan La Cambre en was meteen getroffen door haar spel met texturen en materialen. Joséphine combineert acryl, cement en kalk op linnen, en bouwt daarmee een dialoog op tussen zachtheid en stevigheid, tussen natuur en artificiële materie. Door te scheuren, schrapen, vouwen en schuren verandert ze het oppervlak in een levende huid, gevormd door gebaren en tijd. Haar werk roept Arte Povera op, waar poëzie ontspringt uit het ruwe materiaal zelf, alsof de verf haar eigen waarheid onthult. Ze verblijft momenteel in residentie bij de Moonens Foundation.’
02. Pluk mijn bloempje, Sofie Steegen, 2025

Pluk mijn bloempje, Sofie Steegen, 2025
‘Dit werk valt op als een hedendaagse, poëtische herlezing van de Griekse mythologie en van menselijke kwetsbaarheid. Sofie Steegen gebruikt keramisch reliëf om de sensualiteit van aanraking tastbaar te maken, waardoor de scheiding tussen lichaam en geest lijkt te vervagen. Ik ben bijzonder geraakt door de figuur, gehuld in zacht wit, die een eenvoudige rode bloem vasthoudt. Dat kleine gebaar suggereert tegelijk een offer en een vorm van verlies. Steegens werk oogt tijdloos en verwijst naar klassieke idealen, maar blijft tegelijk diep persoonlijk en uitgesproken eigentijds. Het werk zal te zien zijn tijdens onze volgende SUMMUM-tentoonstelling in het Kolveniershof in Antwerpen, bij het Rubenshuis. Het resoneert mooi met de mythologische en humanistische gevoeligheid die Rubens zelf inspireerde.’
03. Untitled, Ramon Enrich, 2025

Untitled, Ramon Enrich, 2025
‘Met zijn serene geometrie en de dromerige, bijna verstilde aanwezigheid spreekt dit werk enorm tot mijn verbeelding. Architectuur staat centraal, met minimalistische volumes die samenvloeien met een subtiel, bijna surrealistisch spel van licht en schaduw. Ik apprecieer hoe zijn kleurenpalet verwijst naar de verweerde muren van verlaten industriële gebouwen in zijn geboortestad Igualada. Hij transformeert verval tot poëzie. Zijn precieze omgang met schaduw en structuur nodigt uit tot verstilling, tot het binnentreden van een tijdloze, contemplatieve ruimte. Hoewel hij niet in België woont en ook geen opkomend kunstenaar is, hebben we bewust een uitzondering gemaakt en met hem samengewerkt. De kunst van Enrich is essentieel: ze herinnert eraan dat eenvoud diepe emoties kan dragen en zelfs een vorm van ontsnapping kan bieden.’
04. Balsamroots in Tree Bark, Ewoud Viane, 2025

Balsamroots in Tree Bark, Ewoud Viane, 2025
‘De kunstenaar voert ons mee in een poëtische wereld waar natuur en ambacht elkaar raken. De dialoog tussen lijnen, hout en epoxy creëert een bijna tastbare spanning tussen fragiliteit en kracht. Ik hou ervan hoe de bloemen uit de schors lijken te ontspruiten: een prachtig symbool voor veerkracht en vernieuwing. Viane combineert tekening, textiel en sculpturale elementen, wat zijn werk een uitzonderlijke materiële gelaagdheid verleent. Zijn hommage aan vergeten botanische illustratoren voegt bovendien een historische diepte toe die het werk tegelijk mooi en betekenisvol maakt. Balsamroots in Tree Bark is momenteel te zien in onze tentoonstelling (Vree) Schuun Volk in het Wintercircus in Gent.’
04. Julie Loeckx, No-nonsense
Julie Loeckx zet haar gasten letterlijk in de bloemetjes: wie bij de artieste aan tafel schuift, doet dat aan één van de natuurstenen bloembladen die haar eetkamer tot een kunstzinnige wonderwereld omtoveren.
Door Isabelle Vander Heyde
Ook de rest van de woonst verraadt haar ongebreidelde creativiteit tot in het kleinste detail. Julie Loeckx, voordien stedenbouwkundige en vastgoedexpert, verscheen in volle COVID-19-periode ten tonele met levendige schilderijen vol kleur, positivisme en een lekker nuchtere attitude. ‘Ik breng de dingen graag no-nonsense, niet te afgelikt en perfect.’ Haar carrière is sindsdien niet meer te stoppen, net als de creatieve dialogen die ze op gang brengt. Want waar de meeste kunstenaars als de dood zijn voor commerciële samenwerkingen, grijpt zij de kans om haar artistieke universum uit te breiden én met anderen te delen. Onder de noemer Arty Designs vertaalt ze haar kenmerkende stijl naar functionele objecten. België kent een schat aan vakmanschap en gespecialiseerde bedrijven, en die reikt ze graag de hand. Zo bracht Loeckx met Ancré Rugs het op een mannengezicht geïnspireerde Roger tapijt, scoort ze met kussens en wandtapijten voor Omar Antwerp, en ontwierp ze twaalf handgeschilderde vazen voor Val Pottery. ‘Ik heb een heel concreet idee van wat ik wil, en meestal vind ik dat niet op de markt: dan maar zelf (laten) maken!’ Functionaliteit en materialiteit zijn pijlers. Zo ook bij de kolossale Flower Table, een organisch gevormde eettafel uit natuursteen. Ze ging ervoor aankloppen bij het Limburgse Artimar, waar flamboyant Breccia Botticelli marmer een sfeer van zuiderse elegantie opriep – denk vrouwelijkheid, Sophia Loren, de sixties Rivièra. Elk tafelblad bestaat uit manueel gezaagde blaadjes die samen een bloem vormen. De poten? Metalen bloemstengels. Er is ook een variant in rode travertijn, net als salontafels in verschillende hoogtes en vormen, waarmee je je eigen boeket samenstelt. Stenen bloemen? Nononsensepoëzie ten top!
05. Grain Designoffice, Tinnen jubileum
Grain Designoffice, opgericht in 2016, bestaat uit het Vlaamse duo Sander Bullynck en Nick De Moor. Samen bedenken ze zintuiglijke ruimtes waar tactiele materialen en lichtspel samenkomen om de juiste sfeer te creëren, zonder opzichtige signatuur. Drie vragen aan Nick De Moor.
Interview door Virginie Dupont
Tien jaar is een mooie leeftijd voor een interieurarchitectenbureau. Als je dit decennium in één materiaal zou moeten samenvatten, welk materiaal zou je dan kiezen?
Suède, vanwege het natuurlijke en tactiele karakter en vanwege het contrast dat het biedt met ruwe materialen zoals hout of roestvrij staal. We houden ervan om sferen te creëren die zowel mysterieus als rustgevend zijn, vaak gevormd door licht. In de loop der tijd hebben we trouwens onze eigen collectie vintage verlichtingselementen opgebouwd.
Hoe zien jullie de komende tien jaar?
Het belangrijkste voor ons is om relevant te blijven. We willen sferen blijven creëren die je meevoeren, terwijl we steeds meer tijdloze en duurzame materialen verkennen. We ontwikkelen ook Grain Circle, in ons kantoor in Knokke: een ontmoetingsplaats en een echt laboratorium voor ideeën.
Afgelopen herfst werd Maison Colette in Westerlo, jullie laatste realisatie, door Gault&Millau uitgeroepen tot ‘mooiste restaurant’. Wat was jullie bedoeling?
Over het algemeen bestaat onze aanpak erin de identiteit van de klant te vertalen in plaats van onze eigen signatuur op te leggen. Hier kwam dat tot uiting in het ontwerp van de banken, de kleurkeuze en het gedempte licht… Het geheel straalt een sfeer uit die de persoonlijkheid en de wereld van chef-kok Thijs Vervloet weerspiegelt, gevoed door zijn opleiding in Parijs.
06. Sara Esther, Geluksgetal
Het onafhankelijke Belgische label Sara Esther Jewellery, opgericht in 2013, staat voor kunstzinnige juwelen, lokale productie en een eigentijdse elegantie. Voor het twaalfjarige bestaan van haar label lanceerde ontwerpster Sara Esther de collectie ‘What’s Your Number’, geïnspireerd op numerologie. Daarnaast is er in Brussel een pop-upwinkel. Het is een bijzonder geslaagde wisselwerking in samenwerking met het architectenduo Leonet Hoang.
Door Marie Hocepied
Wat is jouw numerologische getal en wat betekent het?
Mijn nummer is vier, het getal van de architect: degene die bouwt, structuur brengt en verankert. Het staat voor stevige fundamenten, samenhang en volharding. En precies daarin herken ik mezelf vandaag. Want naast de passie, de ideeën die blijven opborrelen, de intuïtie die alle richtingen uit kan schieten, besef ik dat er óók een architect in mij schuilt: iemand die volhoudt, die blijft bouwen, die al meer dan tien jaar een merk uittekent zonder de rode draad uit het oog te verliezen. Achter het label Sara Esther Jewellery schuilt een bijzonder sterke ruggengraat. Het gaat niet louter om stijl of creativiteit, maar om een uitgesproken visie. En precies dat verbeeldt het getal vier voor mij: de kracht om iets te bouwen dat tijd doorstaat, betekenis draagt en zelfs in turbulente momenten stevig overeind blijft.
En wat is je geluksgetal?
Mijn favoriete getal is zeventien. En dat is een heel ander verhaal. Het getal zeventien duikt werkelijk overal ter wereld op in mijn leven. Voor mij is het een engelenteken, een zachte reminder dat ik begeleid en beschermd ben, in evenwicht, zelfs op momenten waarop ik me alleen voel. En dan is er dat detail dat ik zo mooi vind: 1 + 7 = 8. Acht staat voor oneindigheid, overvloed, een beweging die nooit stilvalt. Het is dus duidelijk een geluksgetal.
‘Ik ontwerp nooit zomaar iets, gewoon omdat het mooi zou zijn. Ik probeer het onzichtbare vorm te geven: een intentie, een energie, een innerlijke beweging.’
Welk getal is belangrijk voor je geweest?
Dertien is de geboortedag van mijn kleine broertje, geboren op vrijdag de dertiende. Voor mij is hij altijd synoniem geweest van vreugde. Hij bracht exact het tegenovergestelde van wat het bijgeloof over vrijdag de dertiende zegt: geluk, gelach en een enorme zachtheid. Dertien draagt voor mij een warme energie in zich, die van transformatie, overgang en wedergeboorte. Ik lanceerde mijn merk in 2013 en nu start ik aan het dertiende jaar. Dat is een scharniermoment, een meer mature fase. En ook deze knipoog vind ik bijzonder leuk: 1 + 3 = 4, zo zijn we weer bij mijn getal.
Wat is het verband tussen sieraden en spiritualiteit?
Voor mij is dat verband vanzelfsprekend. Ik ontwerp nooit ‘zomaar’ iets, gewoon omdat het mooi zou zijn. Ik probeer het onzichtbare vorm te geven: een intentie, een energie, een innerlijke beweging. Je kiest een sieraad niet toevallig: het dringt zich op omdat het resoneert, iets bij je losmaakt, iets onthult en een vibratie draagt die bij je past. Een sieraad leeft met de persoon mee en wordt een talisman. Het vormt een brug tussen het immateriële en het tastbare. Een sieraad creëren is energie materialiseren. Een sieraad dragen is die energie verweven met je eigen verhaal.
07. Louise Wauters, Functionele totem
Het project van ontwerpster Louise Wauters balanceert op het snijvlak van design, maatschappelijk engagement en reflectie over ons interieur. En zo komt ze tot een nieuwe manier van wonen.
Door Jacinthe Gigou
Wat als meubilair tegelijk sculptuur, ruimtelijke oplossing en ecologisch statement wordt? Die vraag vormt de kern van Pila Pattern, het vernieuwende concept van de Belgische architecte-ontwerpster Louise Wauters. Wauters is al lang gefascineerd door recycling en circulaire economie, en heeft haar sporen verdiend in scenografie en interieurdesign. In 2018 trok ze met Make art not waste naar Cambodja, waar ze objecten creëerde uit aangespoeld plastic. Die ervaring zette haar aan om in België haar eigen project te lanceren: het zero-waste restaurant Chez nous, ingericht met meubelstukken die gemaakt zijn van reeds gebruikte materialen. ‘Regelmatig kwamen klanten langs met meer gasten dan voorzien. Zo ontstond het idee voor Pila: een meubelstuk dat zich makkelijk aanpast, praktisch blijft en nauwelijks ruimte vraagt’, vertelt ze. De krukken functioneren niet alleen als zitmeubel, je kunt ze ook per vier stapelen. Zo vormen ze dan een grafische totem die haast een kunstinstallatie lijkt. Ze zijn met 3D-printing ontworpen in Italië en Duitsland en laten zich elegant groeperen. Zo zijn ze plaatsbesparend en expressief tegelijk. Dankzij hun modulariteit kun je ook spelen met hun functie. ‘Niet iedereen heeft thuis ruimte voor veel meubilair. Deze krukken doen net zo goed dienst als bijzettafel voor een kopje thee of een staander voor een vaas met bloemen’, zegt Wauters. Elke module is vervaardigd uit plastic oceaanafval of houtzaagsel en krijgt door de materiaalmix een eigen kleur. De namen – Octavia, Brigitte, Ariel of Edgar – echoën hun specifieke vorm en persoonlijkheid. De ontwerpster vertrekt vanuit één overtuiging: voorwerpen hoeven echt niet als afval te eindigen. ‘Mijn krukjes zijn eindeloos recyclebaar, die cyclus wordt niet onderbroken’, zegt Louise Wauters. Kortom, dit is een stijlvol statement object dat onze consumptiegewoonten in vraag stelt en uitnodigt tot een meer bewuste manier van leven.
08. Inge Gelaude, Townhouse
Inge Gelaude is creatief directeur bij het luxe productie- en evenementenbedrijf Villa Eugénie. Met het kunst- en designplatform Townhouse zet ze haar eigen huis open voor artistieke ontmoetingen.
Door Isabelle Vander Heyde
Hoe selecteer je de artiesten met wie je samenwerkt?
‘De selectie gebeurt organisch. Ik kies de kunstenaars zelf en moet een sterke band voelen met zowel hun werk als hun persoonlijkheid, en echt geloven in hun potentieel. Soms doen zij dat zelf (nog) niet, en dan is het aan mij om hen te overtuigen om hun prachtige werk naar buiten te brengen.’
Heb je dat oog voor talent ontwikkeld bij Villa Eugénie?
‘Zeker! Bij Villa Eugénie leerde ik al Belgische talenten spotten en hen kansen te geven op grote internationale projecten. Die ervaring om mensen over de streep te trekken, soms uit hun comfortzone te halen, is nu cruciaal voor Townhouse.’
Wat kan Townhouse betekenen voor de (Belgische) kunstscène?
‘België barst van het talent, maar Belgen zijn vaak bescheiden. Het is mijn missie hen te helpen hun werk voorbij de muren van Townhouse te brengen. Ik wil dat hun kunst reist en op andere, openbare plekken de erkenning krijgt die het verdient.’
Welke rol vervul jij: gastvrouw, curator, regisseur?
‘Ik denk een combinatie. Het draait voor mij vooral om het samenbrengen van mensen -of dat nu door middel van een expo, performance of intieme gathering is. Ik vind het boeiend om verschillende profielen, leeftijden en achtergronden te laten connecteren, zowel wat de gasten als de artiesten betreft. Zo nodig ik bijvoorbeeld een Koreaanse danser uit om te improviseren tussen de lichtinstallaties van Kimy Gringoire. Dialoog in een gemoedelijke, inspirerende sfeer.’
Met welk gevoel wil je dat mensen de deur achter zich dichttrekken na een bezoek?
‘Ik wil dat bezoekers geïnspireerd en hoopvol vertrekken. Dat ze een positief gevoel krijgen over de toekomst door te zien dat veel mensen creatief zijn, schoonheid zoeken, en op nieuwe manieren naar de wereld kijken om problemen op te lossen. Die hoop is essentieel voor mij.’
09. Eden Island, ceci n’est pas une galerie
Vergeet de white cube: Eden Island zet volop in op kunstbeleving. Rond een vuur, een tafel, een geïmproviseerde bar. Met haar nomadische model en een scherpe intuïtie componeert Eden Krsmanovic een persoonlijk nomadisch territorium, waar de opkomende kunstenaars zich manifesteren, vrij van conventies.
Door Céline Pécheux
Nomadische galerie
Eden Island heeft geen vaste locatie, en dat is precies wat de oprichtster voor ogen had. ‘Het originele aan het concept is dat ik de locaties kies in functie van de tentoonstellingen, zodat je telkens een unieke ervaring krijgt’, legt Eden Krsmanovic uit. Ze koos onder meer een timmeratelier (Furniture & Paintings), een winkel met objecten & curiosa (Vanille; The Heart of the Matter in 2025). Binnenkort volgt het huis van een chef-kok in Elsene, daarna een kunstenaarsbar tijdens Art Brussels 2026. Eden vervaagt de grenzen tussen galerie en gezellige ontmoetingsplaats.
Opkomende kunstenaars
Het project belicht de opkomende scene, met bijzondere aandacht voor jong Brussels en internationaal talent. Haar eerste groepstentoonstelling, Furniture & Paintings, bracht 18 kunstenaars samen, onder wie twee New Yorkers, in Atelier 365. Sindsdien ondersteunt Eden Island onder andere Maya de Mondragon, Quincy Langford, Charlotte vander Borght en Loup Sarion. De selectie wordt geleid door haar persoonlijke smaak, zodat de tentoonstellingen een emotionele en esthetische samenhang hebben.
Twee gezichten
‘Ik ben zelf ook kunstenaar, dus ik combineer beide perspectieven’, zegt de oprichtster. Dankzij die hybride positie kan ze met kunstenaars in verbinding gaan op een manier die verder gaat dan louter vertegenwoordiging. Ze kent hun twijfels, hun ritmes en hun behoeften. Haar jaren bij galerie Clearing hebben die tussenpositie ook versterkt. ‘Ik ben kunstenaar en contactpersoon tegelijk’, zegt ze. Nu voelt ze zich bevrijd. Niet meer voor een ander huis werken, niet meer gebonden zijn aan de verticaliteit van een jaarprogramma: ‘Na zeven jaar in een galerie had ik zin in verandering.’
Gemeenschapszin
Centraal in het project staan de menselijke dimensie en het creëren van verbindingen. Eden Island beperkt zich niet tot exposeren, maar brengt ook mensen samen. De gemeenschap van kunstenaars en bezoekers komt samen rond maaltijden, gesprekken en immersieve ervaringen, en weeft zo een netwerk dat het project overal volgt. Een collectieve energie die constant blijft terwijl de galerie voortdurend verhuist. ‘Ik heb een community die me vanaf het begin volgt. Dat maakt het project juist zo mooi.’ Op die manier wordt elke vernissage een ontmoetingsplaats waar kunst een middel is om te delen.
10. Galerie Charlie, Kunst in een huiselijke setting
Je staat in een spierwitte ruimte te kijken naar een schilderij. Mooi, zeker. Maar kun je je ook echt voorstellen hoe dat werk eruitziet in een leefruimte? Misschien niet. Daarom opende Hilke Charels op 18 oktober haar galerie in haar eigen huis.
Door Daphne Dorgelo

Hilke Charels in haar galerie. © Eline Cooman
In het historische centrum van Mechelen transformeerde de kunstenares haar gerenoveerde authentieke herenhuis tot Galerie Charlie, geïnspireerd door plekken als Amélie du Chalard in Parijs. ‘In België ontbrak dit nog’, vertelt Hilke. Ze toont hier het werk van Belgische kunstenaars Ines Thora, Marinda Vandenheede, Babette Cooijmans en Jo Michiels, kunstenaars die ze al jaren volgt. ‘Ik bewonder hun werk en wil hen oprecht steunen. Door met een vaste groep te werken, kunnen we samen groeien. Ik selecteer op potentieel: kunstenaars die iets te vertellen hebben, maar waarvan het werk nog toegankelijk blijft, ook qua prijs.’ Toegankelijkheid loopt als een rode draad door Galerie Charlie: niet alleen in de setting en prijs, maar ook in taal, transparantie en uitleg. ‘Ik geloof niet in dat geheimzinnige kunsttaaltje dat mensen afschrikt. En wie geen achtergrond in kunst heeft, begrijpt evengoed waarover het gaat. Wie dat wél heeft, krijgt extra lagen in de uitleg.’ De aanpak slaat aan. De eerste tentoonstelling was een succes, met veel bezoekers en warme reacties. ‘Ik geef ook advies op maat van de ruimte. Veel mensen willen zich omringen met kunst, maar weten niet waar te beginnen. Dan zoeken we samen uit wat bij hen past, altijd binnen het DNA van Galerie Charlie.’
Hilke’s Mechelen: Naast haar galerie kent Hilke de stad door en door. Dit zijn haar vaste adressen:
• Kaffee-Ine – Beste koffie in de stad, fijne muziek, haar vaste werkplek.
• Meteor – Chef Maarten Van Essche serveert hier kunst op het bord, in Heffen net buiten Mechelen.
• De Zondvloed – Een boekenwinkel met een ziel: fictie en kunstboeken beneden, tweedehandsboeken en koffie boven.
• Studio Cluster – Wijn- en koffiebar slash exporuimte, sfeervol bij kaarslicht.
• Cinema Lumière – Voor wie houdt van onafhankelijke film.
• Kunstencentrum Nona – Thuisbasis van theatergezelschap Abattoir Fermé.
• Café Kuub – Gemoedelijke ontmoetingsplek op het Cultuurplein.
• Café arsenaal – Café verbonden aan het gelijknamige theater, vol karakter.
• De Wijnwinkel – Voor flessen met persoonlijkheid.
• The Neck – Een verborgen wijnbar met jazzoptredens en een gesloten-deurconcept.
• Bibliotheek Het Predikheren – Architecturaal meesterwerk en stille inspiratieplek.
• Olivea – Haar vaste adres voor vernissage-outfits.
11. Jeroen De Ruddere, Functie en vorm
Verlichting gaat tegenwoordig vaak op in functie en technologie, maar Jeroen De Ruddere brengt met zijn lampdesigns iets anders aan het licht: emotie, persoonlijkheid en een unieke vormentaal.
Door Daphne Dorgelo
De Belgische ontwerper Jeroen De Ruddere studeerde aanvankelijk bedrijfsmanagement, maar voelde van jongs af aan een onweerstaanbare drang om iets te laten herleven. Als tiener restaureerde hij iconische brommers. Niet om ze te laten blinken, maar om hun oorspronkelijke karakter terug te brengen. ‘Die zoektocht naar authenticiteit is nooit weggegaan’, zegt hij. Na zijn studies ging hij aan de slag bij een trappenmakerij waar hij gefascineerd raakte door massief hout. ‘Mooie stukken werden als brandhout beschouwd. Ik vroeg of ik ze mocht meenemen. Met die stukken begon ik te creëren, experimenteren en ontwerpen.’
Zijn liefde voor lampdesign ontstond uit een bijna nostalgische fascinatie. ‘Vroeger hoorde een stalamp met lampenkap in elk interieur, maar dat beeld was verdwenen. Ik wilde dat heruitvinden.’ Omdat hij nergens geschikte materialen vond, begon hij te experimenteren met atypische stoffen in combinatie met zijn doorgedreven kennis van hout. Zo ontstond zijn signatuur: sculpturale lampen met een eigen vormentaal. ‘Licht is voor mij gevoel’, zegt hij. ‘Een lamp moet iets oproepen, zelfs als ze uit staat. Het moment dat je ze aanzet, ’s ochtends of ’s avonds, moet iets zachts, iets persoonlijks hebben.’
Tijdens de Milan Design Week toonde De Ruddere een nieuwe, meer uitgepuurde fase. Zijn recent gelanceerde CigarLamp Collection vertaalt dat idee in warme, sigaarachtige silhouetten. Tegelijk werkt hij aan een bronzen sculpturale lamp in samenwerking met twee internationale chefs. ‘Dat belooft een stuk te worden dat ongetwijfeld gespreksstof zal geven.’
12. Kimy Gringoire, Love is all around!
Van sieraden die eigenlijk draagbare sculpturen zijn naar levensgrote exemplaren die je interieur verankeren: voor ontwerpster Kimy Gringoire bleek deze gedurfde stap verrassend natuurlijk. Al bijna tien jaar lang staat bij haar één universele waarde centraal: liefde. In dit gesprek blikt Kimy terug op haar traject, dat startte bij juwelen en zich vandaag met onverminderd enthousiasme voortzet in het ontwerpen van objecten.
Interview door Julie Nysten
‘Ik ben intuïtief. Ik vertrouw op emoties: ik beweeg, schets, luister en observeer de wereld om mij heen. In het begin van mijn carrière moest ik dat innerlijke vuur kanaliseren via creativiteit. Juwelen weerspiegelen ons zelfbeeld, en dat – in combinatie met een diep verlangen naar vrijheid – probeer ik uit te drukken in mijn creaties. Op een willekeurige dinsdagavond volgde ik mijn intuïtie en stuurde ik een mail naar Colette in Parijs. Niet lang daarna kreeg ik een positief antwoord. Tien jaar geleden was de context helemaal anders: digitale marketing en sociale media stonden nog in de kinderschoenen. Als je creaties bij Colette verkocht werden, gold dat als een echt kwaliteitslabel, het was een erkenning die voor mij talloze nieuwe deuren heeft geopend. In mijn sieraden spelen architectuur, structuur en mechaniek altijd een hoofdrol. Mijn allereerste creatie was een halsketting met een kruis dat open kon, een gebaar dat letterlijk zei: ‘ik geloof’. Ontwerpen is voor mij het pad waarop ik emoties omzet in beeldtaal. De stap van juwelen naar grootschalig design gaf me de ruimte om, met hetzelfde hartvormige kabelmotief, een meer geëngageerde en zelfs licht subversieve dimensie van die liefdesstroom te onderzoeken. Ik hou ervan om dualiteit bloot te leggen en suggereer liever dan te tonen. Zo blijft er altijd een deur open en die kan zowel leiden naar het tegenovergestelde als naar een aanvulling. Ik benader design altijd met de instelling less is more, omdat het verhaal op zich al voldoende lading draagt. Met mijn sculpturale biglovecables wilde ik een boodschap van grenzeloze liefde uitdragen. De stukken – uit metaal of hars, geschilderd in vurige roodtinten – functioneren als ‘grote sieraden’ en als gebruiksobjecten: banken, lampen, wandsculpturen. Iedereen kan er een eigen interpretatie aan geven. Mijn biglovecables strekken zich uit van muur tot muur, als een heilige levenslijn. Die vorm is zo eenvoudig dat ze me diep raakt, precies omdat ze zo toegankelijk blijft. Uiteindelijk bestaat een hart grafisch gezien slechts uit twee billen en een punt, een soort yin/yang: evenwichtig, speels en tegelijk subversief.’
13. Roxane Lahidji, Een beetje zout in je bestaan
Luxueuze objecten maken uit ruwe en goedkope grondstoffen. Dat is de uitdaging die Roxane Lahidji, hoofd van Marble Salts Studio, aangaat.
Door Céline Pécheux
Poëtisch, esthetisch en functioneel: zout herovert zijn eerbiedwaardige status in de handen van de jonge designer Roxane Lahidji, geboren in Parijs uit een Frans-Italiaanse moeder en een Iraanse vader. ‘Ik heb altijd geweten dat achter een bureau werken me niet gelukkig zou maken. Als ik zout bewerk met mijn handen, ben ik in het moment en bestaat er niets anders meer. Het is een mineraal dat je huid doet samentrekken. Ik kom vaak helemaal leeg uit mijn atelier.’ Van jongs af aan was ze gepassioneerd door tekenen. Ze studeerde illustratie en productontwerp in Straatsburg (HEAR). In 2017 studeerde ze af aan de afdeling Social Design van de Design Academy Eindhoven. Tijdens een opdracht voor de Fondation Luma in Arles raakte ze in de ban van het Camargue-zout. Ze ontwikkelde haar concept Marble Salts, met het streefdoel om productie en duurzaamheid te verzoenen. ‘Ik vind het volkomen absurd om beperkte hulpbronnen als marmer te gebruiken voor hun esthetische functie, terwijl zout hetzelfde kan doen zonder de aarde uit te putten. In mijn praktijk geef ik de voorkeur aan verwaarloosde of goedkope materialen. Ik laat me inspireren door lowtech-methodes en traditionele ambachtelijke technieken. Wat me zo boeit aan zout, is het universele karakter. Je vindt het overal. Het is helemaal niet duur en je weet eigenlijk nooit echt waar het allemaal geweest is voor het wordt geoogst.’ Het vervolg is een alchemistische reis langs verschillende transformatie- en gietmethoden die esthetische en robuuste salontafels, lampen en sculpturen opleveren. ‘Ik bewerk het zout tot een soort mortel en voeg daarna natuurlijke pigmenten toe voor een kleurrijk marmereffect. Het is net als schilderen. Het heeft me twee jaar gekost om de techniek onder de knie te krijgen. Tegenwoordig maak ik ook unieke stukken die minder functioneel maar persoonlijker zijn, bijvoorbeeld voor kunstgaleries.’ Roxane Lahidji heeft een werkplek in Zaventem Ateliers. Ze koos voor het Brusselse als uitvalsbasis vanwege het multiculturele karakter van de stad. ‘Het begon allemaal in 2018, op de eerste editie van de beurs Collectible, waar ik mijn eerste zoutobjecten exposeerde. Heel wat ontmoetingen en samenwerkingen zijn daaruit ontstaan. Brussel is een fantastische broedplaats voor ontwerpers en ambachtslui uit de hele wereld. Om creatief te zijn, heb ik een stad nodig waar verschillende talen worden gesproken en waar de mensen van overal vandaan komen. Hier voel ik me thuis.’ Het bewijs dat ze een talent is om in de gaten te houden: het Design Museum Gent, het CID Grand Hornu en het Musée des Arts Décoratifs in Parijs hebben al objecten van de jonge designer aangekocht voor hun permanente collecties.
‘Ik vind het volkomen absurd om beperkte hulpbronnen als marmer te gebruiken voor hun esthetische functie, terwijl zout hetzelfde kan doen zonder de aarde uit te putten.’