Agathe Belot en Mathieu Jaumain vormen een architectenkoppel met een gedeelde passie voor reizen en bouwen. De voorbije twee jaar trokken ze dwars door Afrika in een tot woonwagen omgebouwde 4×4. Van dit bijzondere avontuur brachten ze films, foto’s en verhalen mee: een unieke en heel bijzondere reportage. Nu delen ze hun ervaringen in een boek met een selectie van de meest opmerkelijke lodges in zuidelijk Afrika. 

De Franse Agathe Belot en de Belgische Mathieu Jaumain, beiden 31, delen hun avonturen op sociale media onder de naam Odyssées d’Architectures. Ze ontmoetten elkaar in Brussel tijdens hun studies aan de Faculteit Architectuur van de ULB La Cambre Horta. Inmiddels zijn ze al tien jaar samen en blijven reizen en moderne architectuur hun gedeelde passie. ‘Onze tocht door Afrika bracht ons in contact met traditionele architectuur. Die is vaak ondergewaardeerd en komt tijdens de architectuuropleiding amper aan bod’, vertellen ze vanuit hun 4×4, terwijl een zandstorm over Paraguay raast. Na Afrika zetten ze hun reis namelijk voort in Latijns-Amerika en er komt nog meer. ‘We weten niet hoelang we hier blijven, maar Europa lonkt als volgende etappe.’ 

Omdat architectuur rijmt met avontuur

Het begon allemaal in 2019. Het stel was net afgestudeerd en werkte enkele jaren bij een architectenbureau om hun grote droom te financieren: twee jaar door Afrika trekken om de mooiste architectuur te ontdekken. ‘Tijdens een eerste reis naar Argentinië, in een bestelwagen, ontdekten we het plezier van reizen met een busje’, vertellen ze. ‘Die manier van reizen laat ons toe om afgelegen plekken te bereiken, ver weg van de klassieke toeristische routes.’

Hun 4×4 kreeg het koosnaampje Azkarena mee, wat Baskisch is voor ‘de snelste’ en een knipoog naar Agathes roots. De wagen voerde hen doorheen twintig landen en legde 70.000 kilometer af over het Afrikaanse continent. Hun reis begon in 2022 in Marokko, liep door tot in zuidelijk Afrika en eindigde weer in het noorden, in 2024 in Egypte. Onderweg verkenden ze honderden bouwwerken, legden ze beelden vast en verzamelden ze verhalen via foto’s, films en gesprekken met architecten en bewoners. Dat alles deelden ze via hun YouTubekanaal en Instagramaccount, en ze oogstten daarmee meteen een daverend succes. ‘Naast vrienden en familie volgen ook veel lokale bewoners ons en hun reacties zijn erg positief’, vertellen ze. Toen beseften ze nog niet dat hun archief zou uitgroeien tot een waardevolle documentatiebron over de architectuur van het Afrikaanse continent. ‘We merkten hoe weinig waardering er is voor Afrikaans erfgoed en hoe zelden het wordt vastgelegd’, aldus het stel. Hun grootschalige reportage vormt zo een eerste stap naar erkenning en betere bescherming van dat erfgoed.

Icone citation

‘Het architecturale erfgoed van een land is de spiegel van zijn samenleving.’

Traditioneel vakmanschap

In Afrika leeft erfgoed enkel voort zolang het wordt gebruikt. Precies daarom heeft het architectenkoppel zijn aandacht toegespitst op hotels. Aangezien die doorlopend open zijn, is het onderhoud en het behoud ervan gewaarborgd. ‘Dankzij de hotelsector worden traditionele bouwtechnieken weer naar waarde geschat en blijven vaardigheden die bijna zijn verdwenen, zoals het leggen van rieten daken, toch actueel’, vertellen ze. Deze verblijven zijn bestemd voor toeristen en vormen een soort van etalage van de Afrikaanse authenticiteit. Ze spelen doelbewust in op de ideeën die reizigers over Afrika hebben. ‘Je vindt er gerenoveerde familiehotels maar ook gloednieuwe luxelodges die met traditionele technieken zijn gebouwd en vaak enkel toegankelijk zijn voor een select publiek’, voegen ze toe. Toch zijn deze projecten meer dan een uitstalraam voor buitenlandse toeristen: lokale gemeenschappen worden betrokken bij de bouw, vergeten ambachten herleven en tegelijk ontstaan er banen en een nieuwe economie. Zo blijven herinneringen én erfgoed bewaard. ‘De inwoners zijn trots dat ze aan de projecten kunnen meewerken en dat ze kunnen laten zien hoe relevant hun tradities zijn’, besluit het duo. Om hun ervaring volledig te maken, gingen Agathe en Mathieu ook in gesprek met de architecten en ontwerpers achter de bezochte locaties. Zij vertelden over de gebruikte technieken, de relatie met de dorpen en de invloed van de omgeving.

Une odyssée architecturale, les plus beaux hôtels durables d’Afrique australe, Dashbook, € 40. @odyssees_darchitectures

Een boek, een nalatenschap

Hun lange tocht inspireerde het koppel tot een boek dat dit najaar verschijnt. ‘We doen dit vooral om onze ontdekkingen te delen en een overzicht te bewaren van elke locatie’, leggen ze uit. Het werk draagt de titel Une odyssée architecturale, les plus beaux hôtels durables d’Afrique australe (Een architecturale odyssee, de mooiste duurzame hotels van zuidelijk Afrika) en gaat verder dan een verzameling fraaie beelden. Het stelt fundamentele vragen over gebruik, overdracht en de veerkracht van de architecturale kennis op het Afrikaanse continent. Het resultaat is tegelijk een documentaire, een ecologisch manifest en een zorgvuldig samengestelde reisgids.

Shipwreck Lodge, Namibië 

‘Mijn mooiste herinnering blijft Shipwreck, het eerste hotel dat we bezochten’, mijmert Agathe Belot. ‘Nog voor we ook maar aan een boek dachten, wilde ik er al absoluut heen. Alleen was de prijs, 2000 euro per persoon per nacht, niet bepaald haalbaar. We moesten onze ambities bijstellen en besloten het dus enkel te bezoeken om foto’s te maken.’ Maar het lot besliste er anders over: ‘Door een gelukkig toeval ontmoetten we kort vóór ons bezoek de architecte, Nina Maritz. Zij overtuigde ons dat je de plek pas echt begrijpt en beleeft als je er ook verblijft. En zo werden we er dus uitgenodigd.’ En dat was meer dan terecht, want Shipwreck Lodge is het enige hotel aan de afgelegen Skeleton Coast, midden in de Namibische woestijn. Het ligt in de duinen en is geïnspireerd op de aangespoelde walvisskeletten en scheepswrakken die de kustlijn tekenen. ‘De lodge is enkel bereikbaar met 4×4’s die door het hotel worden gecharterd. We moesten onze auto dus achterlaten aan het einde van de weg en wachten tot ze ons kwamen ophalen.’

Het meedogenloze klimaat met zijn aanhoudende wind maakt begroeiing en menselijk leven er vrijwel onmogelijk. ‘Het is een verlaten streek. Op een paar hyena’s, leeuwen, zeehonden en walvissen na is er geen spoor van leven. We waren echt afgesneden van de wereld’, vertelt het koppel. ‘Het hotel werd zo een cocon van waaruit we de ongetemde natuur konden observeren. Het was een les in nederigheid.’ De gebogen houten structuren lijken poëtische wrakken, een krachtig eerbetoon aan de talloze schipbreuken die de kust hebben getekend. Deze eco-lodge, ver verwijderd van de bewoonde wereld, brengt extreme afzondering met minimalistische luxe. Het is een plek die herinnert aan de oorspronkelijke functie van architectuur: het bieden van beschutting.

Witklipfontein Eco Lodge, Parys, Zuid-Afrika

‘In de architectuur hoor je vaak hoe een gebouw in de omgeving wordt geïntegreerd, maar hier is dat écht gebeurd’, zegt Mathieu Jaumain. Zijn meest memorabele ontdekking is zonder twijfel Witklipfontein, een lodge van Xavier en Damien Huyberechts. Die twee Belgische broers zijn verliefd geworden op deze streek in Zuid-Afrika, op minder dan twee uur van Johannesburg. ‘Het groendak gaat volledig op in de natuur, vogels vliegen zo de kamers in. Binnen en buiten vloeien hier werkelijk samen’, vertelt Mathieu. Deze milieuvriendelijke villa is volledig gebouwd met lokale materialen en traditionele, deels vergeten technieken die hier zijn gemoderniseerd. De lodge gaat helemaal op in de omliggende fauna en flora, in volkomen harmonie. Ze is zelfvoorzienend en past in de omgeving zonder die te verstoren. De villa draagt zelfs actief bij aan het lokale ecosysteem.

Mafu Haus, Inhambane, Mozambique

Haus Mafu, in het hart van Damaraland, haalt zijn inspiratie uit de organische vormen van de woestijn. Bijzonder is de bouwtechniek: muren van zandrollen, gestapeld als flexibele bakstenen, die de gebouwen hun kegelvorm geven. De wanden zijn vervolgens afgewerkt met een laag van klei en kalk. Deze methode is tegelijk ecologisch en duurzaam, en garandeert een sterke thermische inertie: overdag blijft het er koel, ’s nachts is het er aangenaam warm.

 

Bosjes, Worcester, Zuid-Afrika

‘Een dialoog tussen traditie en moderniteit’, zo omschrijft het koppel Bosjes, een tweehonderd jaar oude boerderij in de vallei Breedekloof in Zuid-Afrika. De hoeve is omringd door bergen en wijn- en boomgaarden. In 2016 kreeg het domein er een opvallende kapel bij, ontworpen door Steyn Studio: een sculptuur van betonsluier die lijkt te zweven op het water. De golvende daklijn verwijst naar de koloniale Cape Dutch-stijl. Het landgoed omvat een elegante lodge, zorgvuldig aangelegde tuinen en een gastronomisch restaurant. Hier gaat het koloniale erfgoed van de hoeve een gesprek aan met het minimalistische sculpturalisme van de kapel, wat resulteert in een plek die tegelijk verfijnd en contemplatief is.