Met torenhoge huurprijzen en luxemerken die elkaar verdringen voor een boetiek in het dorp is Val-d’Isère duidelijk exclusief terrein. Toch kan je hier nog altijd in een vintage skipak de pistes afdalen, uitgebreid tafelen in een berghut en door het sneeuwlandschap trekken met een paar sneeuwschoenen. Op verkenning in een van de meest iconische skioorden ter wereld.

‘Val-d’Isère is niet protserig. Ik hou van het authentieke, wat ruige kantje ervan. Bovendien is het een dorp met een ziel dat zijn identiteit wist te bewaren’, vertrouwde Olivier Bon ons toe bij de opening van zijn tweede Experimental Chalet vorig seizoen. Of het nu om de olympische pistes of het authentieke dorpje gaat, Val d’Isère trekt ervaren skiërs aan uit de hele wereld. Maar je komt hier ook om te genieten van de chique en tegelijk low profile bergsfeer. Want in tegenstelling tot zijn rivaal Courchevel wil Val-d’Isère zijn opmars naar het hogere segment temperen door (onder andere) zijn sportieve karakter en architecturale authenticiteit te behouden.

Strenge bouwvoorschriften 

In Val-d’Isère is architecturale eenheid geen bijkomend detail. Lang voor de skiliften was het dorp georganiseerd rond de kapellen. De gebouwen bestonden uit voegloze muren als verankering, leisteen om te ondersteunen, hooi onder het dak om te isoleren. De look was minder belangrijk dan de bouwmethode, aangepast aan het klimaat. Maar de opkomst van het skitoerisme veranderde alles. In 1936 opende La Grande Ourse de eerste bar-dancing, het begin van het tijdperk van de après-skitraditie. In de jaren 50 volgden hotel Bellier en de modernistische visie van architect Sabatou, een voorproefje van het Franse Plan Neige. Daarna kwamen de geïntegreerde skistations op, zoals La Daille in 1968, beïnvloed door Avoriaz en het snelle tempo van ontwikkelen. In 1992 hertekende architect Chanéac het centrum van het dorp, met steen, hout en decoratieve zuilen, een balans tussen vertrouwde tradities en grootschalige architectuur. Vandaag blijft de vraag: hoe combineer je chalets van op de postkaarten en het verlangen naar authenticiteit met de toeristische druk, zonder te vervallen in een Disneyland in de sneeuw? In Val d’Isère hebben ze het antwoord gevonden. Het zit hem in de smalle ramen, de leien daken, de gebouwen die voldoen aan heel precieze bouwvoorschriften, die het midden houden tussen traditioneel en hedendaags. 

Hotel Airelles, aan de voet van piste

Aan het front de neige, de voet van de piste, ligt vijfsterrenhotel Airelles: de belichaming van luxe op een letterlijk en figuurlijk hoog niveau. Service op maat, muziek, lekker eten, een inrichting van  Christophe Tollemer en natuurlijk de shiny, happy people. Hier eet je in de zon op een terras van 800 m² – het grootste van het skigebied. ‘s Avonds is het gezellig dineren in Palladio, een gemoedelijk Italiaans restaurant met Schotse tapijten en XXL bloemencreaties van de Belgische florale kunstenaar Thierry Boutemy. Op de eerste verdieping bevindt zich het Japanse restaurant Matsuhisa met intieme salonsfeer die het minimalisme van de wabi-sabi verkiest boven spektakel. Donker hout, karmijnrode fauteuils en gedempt licht vormen de setting om te genieten van de Nobu-signatuur: een perfect georkestreerde Nikkei-keuken, ontstaan uit de ontmoeting tussen Nobuyuki Matsuhisa en Robert De Niro aan het einde van de jaren 80. Het product staat daarbij centraal en de uitvoering is millimeterwerk, van de knapperige rijst met kruidige tonijn tot de beroemde black cod. Het menu straalt ingetogenheid uit, met een verfijnd evenwicht dat laat zien dat precisie de hoogste vorm van verfijning is. La Grande Ourse, een paar meter verderop, is een begrip. Dit gezellige restaurant zet lokale producten in de schijnwerpers met vleeswaren en kazen van La Ferme de l’Adroit en brood van bakkerij Patrick Chevallot (Meilleur Ouvrier de France 1994). Vooral populair tijdens de lunch, wanneer het terras baadt in de zon. Hier bestel je Mont d’or, een aardappeltartiflette of een ei met mayonaise – een van de klassiekers van het huis.  

De nieuwe culinaire hotspots 

Val-d’Isère, drie uur ’s middags. Het is feest op het immense terras van La Folie Douce, een cabaret dat in een nieuw jasje zit. De zaak ligt vlak bij de aankomst van de kabelbaan van La Daille met zijn designcabines voorzien van alle opties: getinte ramen, verwarmde stoelen, wifi en een panoramisch uitzicht. Op 2400 meter hoogte, waar een groene en blauwe piste elkaar kruisen, wordt gedanst als in een nachtclub. Dresscode? Skiboots, fluorescerende helm en XXL skibril om incognito uit de bol te gaan. Wie liever wat rustiger zit, kan terecht in restaurant CuCùcina. De grote ramen bieden er een prachtig uitzicht op de Mont Blanc. Je lijkt hier wel in de voorzaal van een museum of in de studio van Leonardo da Vinci te zitten, met als hoogtepunt een monumentaal paard van meer dan vier meter hoog. De hartverwarmende gerechten zetten de lokale leveranciers en producenten uit de regio in de spotlights. Vlak naast het restaurant ligt La Petite Cuisine – Gare Centrale, een hub van 650 m² met restaurants, een bar, voorstellingen, workshops, een winkel en skiservices. Het gebouw heeft zijn oorspronkelijke architectuur behouden (vroeger was dit het eindstation van de kabelbaan van La Daille), aangevuld met sculpturale lijnen geïnspireerd op het Guggenheim Museum in New York. Ima, in het skistation zelf, is de nieuwe hotspot waar de kunst van het tafelen en de kunst van het feesten samenkomen. De kaart van chef-kok Elie Fishmann, geïnspireerd door het Midden-Oosten, nodigt uit tot sharing. Grands crus, sterke dranken en cocktails op maat begeleiden de gerechten. Naarmate de avond vordert, verandert de sfeer en maken de tafels plaats voor de dansvloer. Iets verderop, in hotel K2 Chogori, serveert Le Bottleneck een keuken vol karakter met grillgerechten, kaascreaties en signature fondues.

De hoogstgelegen berghut

Op een hoogte van 2551 meter ligt Le Refuge de Solaise, volledig afgezonderd van de rest van de wereld. Je bereikt het hotel met de kabelbaan Solaise. Eenmaal boven is terugkeren na 17 uur geen optie meer. Het perfecte moment om helemaal tot rust te komen, naar de sterrenhemel te kijken, te genieten van een heerlijk diner en te slapen op wolkjes. En dankzij de unieke ligging zoef je de volgende ochtend als eerste de vers geprepareerde pistes naar beneden, nog voor de skiliften opengaan. De ruimtes in dit hotel ogen al even groots als het XXL panorama. Met hun adembenemende uitzicht op het dorp, de vallei of de omliggende bergen zijn de kamers een toonbeeld van trendy design op niveau, met verwijzingen naar de tradities van de streek. Er is zelfs een slaapzaal met 14 bedden voor groepen vrienden. 14 nissen van oud hout in de stijl van klassieke berghutten zoals in de film Les bronzés font du ski. Alleen is er in deze refuge wifi en een ultramodern geluidssysteem. En voor wie graag met familie of vrienden op reis gaat, zijn er vier ‘cocon-appartementen’ te huur met dezelfde gezellige sfeer als de andere delen van het hotel. De spa scoort met zijn verwarmde zwembad van 25 meter lang, ijn gerichte behandelingen en de glazen sauna met zijn duizelingwekkende uitzicht.  

Hotel Les Barmes de l’Ours 

Stijlvol en tegelijk nonchalant, kindvriendelijk en superromantisch: dit hotel speelt soepel met stijlen. Het vijfsterrenhotel dat deel uitmaakt van het Relais & Châteaux-netwerk biedt 76 kamers en suites, pal aan de skipistes. Je vindt er gezellige salons met luipaardprints, een bowlingbaan voor jong en oud, kamers met een doordachte inrichting (elke verdieping heeft een eigen stijl) en verschillende restaurants die elke avond de smaakpapillen van de gasten verwennen. Eten kan in drie restaurants: in Le Coin savoyard (fondue met morieljes of truffels, raclette met gerookte kaas…), in La Rôtisserie (gebraden vlees en buffetten) en vooral in La Table de l’Ours (bekroond met één Michelin-ster). In dat laatste restaurant serveert chef-kok Antoine Gras een gastronomisch menu op basis van lokaal lekkers. Sinds 2017 werkt dit jonge talent samen met producenten uit de regio. Hij tilt daarbij traditionele recepten naar een hoger niveau en laat het terroir helemaal tot zijn recht komen, zoals een oester zacht gegaard in een koolblad, geïnspireerd op een streekgerecht uit de Savoye. En dan is er nog de wellnessruimte van 1000 m² waar je niet anders kunt dan vallen voor de heerlijke behandelingen van Sisley met hun herstellende en zintuiglijke aanpak voor een perfecte après-skirelaxatie. 

Experimental Chalet, flamboyante nieuwkomer

Pas een jaar geleden gingen de deuren open, maar Experimental Chalet is nu al de place to be voor fans van skiën, trendy cocktails en een gezellige sfeer. Dorothée Meilichzon gaf een oud hotel een complete make-over en tekende een geheel nieuwe verdieping, inclusief drie penthouses die een spectaculair uitzicht op de bergen bieden. Het hotel, dat oogt als een Ralph Lauren-lodge met een vleugje jaren 70, heeft een enorme centrale open haard die dienstdoet als ontmoetingsplaats. Geen stijve vijfsterrenallure hier, en ook geen traditioneel driesterrenhotel, maar een viersterrenhotel dat helemaal bij deze tijd past. Dankzij zijn intieme sfeer, twee restaurants – L’Aigle d’Or en L’Aiglon – die heel geliefd zijn bij de locals, cocktailbar die lang openblijft, zwembad en spa van Barbara Sturm, spreekt dit boetiekhotel vooral actieve, stijlvolle veertigers aan. 

Chalet om privé te huren

Met zijn ruime ervaring in de luxehospitality biedt La Réserve Private Home dit seizoen voor het eerst een uitzonderlijk chalet van 450 m² aan, vlak bij de pistes van Val d’Isère. Een hideaway in de Alpen met volledige privacy, vijf stijlvol ingerichte kamers – elk met een eigen badkamer – een grote woonkamer voor qualitytime met het gezin, een binnenzwembad en een discrete maar attente hotelservice. Grandioze uitzichten, pistes op een steenworp en lange avonden bij het haardvuur: dit komt aardig in de buurt van absolute luxe.