Lange tijd betekende ‘luxe’ in de hotelwereld vooral pracht en praal: glanzend marmer, spectaculaire zwembaden, een tot in de puntjes verzorgde service. Vandaag lijkt er iets te verschuiven. Ons hart hunkert naar kalmte en rust, naar locaties die verweven zijn met de omgeving, naar oprechte ervaringen in de natuur. Luxe wordt zo goed als onzichtbaar en is haast onmerkbaar aanwezig: in de sfeer, in het vertraagde ritme, in de stille wetenschap dat je precies bent waar je moet zijn. Zowel in Ramatuelle als in Andalusië en de Algarve is er een plek waar die evolutie concreet vorm krijgt. Het zijn drie totaal verschillende locaties, maar ze hebben één ding gemeen: ze weten de natuur weer centraal te stellen.
Door Céline Pécheux en Marie Hocepied
Amaria: Een plek die je het liefst voor jezelf zou houden
Amaria wordt omringd door het ruige landschap van de Costa Vicentina, in het zuidwesten van Portugal. Hier wordt je zicht bepaald door de ongerepte natuur, kliffen die koppig de Atlantische Oceaan trotseren en onverharde paden die zich tussen de pijnbomen door slingeren. Amaria is een prachtig gerenoveerde quinta op enkele kilometers van Aljezur. Het is een intiem hotel waar je helemaal tot rust kunt komen. Tegelijk ziet het er ook geweldig uit en durven we dit gerust een architecturaal pareltje te noemen.
Bij aankomst valt je oog echter niet op de architectuur of het spectaculaire landschap, maar wel op de eigenaars, Nuno en Phoebe. Hij, met een licht gekreukt linnen hemd, op blote voeten en met een stoppelbaard van een dag of drie. Zij, met een slank, so British silhouet, een grote bril, haastig opgestoken platinablond haar en een glimlach om de mondhoeken … Je voelt meteen dat deze plek hun persoonlijkheid weerspiegelt. ‘We wilden geen klassiek hotel’, vertelt Phoebe Arnold, voormalig moderedactrice van Vogue Japan, Purple en Garage. ‘Het moest een plek worden waar onze bezoekers zich gasten voelen, geen klanten.’ Nuno Avillez Oliveira deelt zijn liefde voor de regio en ontvangt alle nieuwkomers warm en zonder al te veel poeha. ‘We houden het graag natuurlijk. We willen dat het hier voelt als thuiskomen.’
Slow life
Het begon allemaal in 2017. Nuno werkte toen als ingenieur in Lissabon, maar besloot de stad achter zich te laten en een nieuw leven te beginnen. ‘Ik voelde me al altijd enorm tot deze kust aangetrokken. Ik kom al mijn hele leven in de omgeving van Aljezur surfen. Alles is hier ruiger, authentieker’, vertelt hij. Hij ontdekte dit huis, dat helemaal in verval was geraakt. Hij nam er zijn intrek en woonde er twee jaar voordat hij met de verbouwing begon. ‘Ik moest de plek en de omgeving leren kennen en begrijpen voordat ik met de werken kon beginnen.’ In dit beschermde gebied is het niet toegelaten om iets vanaf nul op te bouwen. Je moet rekening houden met wat er al staat. Het resultaat straalt dan ook een verbluffende authenticiteit uit. Elk van de elf suites geeft uit op een privépatio. Van daaruit wandel je zomaar de tuinen binnen. De muren zijn wit, de materialen ruw, de kleuren geïnspireerd door de natuur. Niets voelt echter kil of koud aan. Overal hebben Phoebe en Nuno spullen, boeken en stoffen neergezet of aangebracht: persoonlijke schilderijen, Portugees aardewerk, zorgvuldig uitgekozen antieke meubels … ‘We wilden dat het eenvoudig, maar gezellig zou zijn’, legt het koppel uit. In een aantal kamers staat de badkuip tegenover het raam, als een uitnodiging tot bezinning. ‘We hebben elke ruimte ontworpen als een plaats om je geborgen te voelen en tot rust te komen’, voegt Nuno toe. Vanaf het terras kom je bij het zoutwaterzwembad dat uitkijkt op de oceaan. De houtgestookte sauna is vooral ‘s avonds een ware ontdekking: een groot raam, recht vóór je de vallei en boven je een sterrenhemel die door de totale afwezigheid van kunstlicht bijna onwerkelijk aandoet. Overdag lees je een boek, luier je of doe je buiten in de schaduw aan yoga … Dankzij de paden van La Rota Vicentina, die hier in de buurt passeren, leent de plek zich perfect voor wandeltochten. Te voet kom je ook met gemak bij het prachtige strand van Odeceixe, met zijn gigantische golven en gezellige lokale restaurantjes. Soms organiseert Nuno surfsessies, uitstapjes om dolfijnen te spotten of paardrijtochten door de dennenbossen. Maar niets is verplicht. ‘We geven onze gasten een gidsje met al onze favoriete adresjes en activiteiten. We doen suggesties, we begeleiden … Maar iedereen doet uiteraard wat hij of zij wil.’
De keuken volgt diezelfde filosofie. ’s Ochtends wordt het ontbijt geserveerd aan een grote marmeren bar: fruit van een naburige teler, nog lauwwarm zelfgebakken brood, kaas, lokale honing, guacamole, perfect bereide eggs Benedict … ‘We werken uitsluitend met lokale en seizoensgebonden producten’, zegt Nuno. Op sommige avonden lijkt de cantina, op reservering, wel een table d’hôtes. Phoebe serveert huiselijke kost, geïnspireerd door de recepten van de Britse kok Jeremy Lee: eenvoudige, royale gerechten, gemaakt om mensen samen te brengen. Op het menu: gegrilde vis, groenten uit de tuin, kabeljauwkroketten … Alles wordt met veel stijl gepresenteerd. ‘s Zomers worden de maaltijden voortgezet onder de pergola, rond de pizzaoven of de grill, in een gezellige sfeer. ‘We vinden het leuk als mensen die elkaar vooraf niet kenden, hier samen gezellig zitten te keuvelen’, glimlacht ze. Het domein heeft een kleine wijngaard die pas fruit begint te dragen, een moestuin die de keuken van groenten voorziet en kleine paadjes die de verschillende ruimtes op natuurlijke wijze met elkaar verbinden. ‘We proberen niet om meer te doen. Alleen om het goed te doen.’ Wat het meeste blijft hangen, is die samenhang tussen de verschillende ruimtes en de mensen die er wonen. Nuno en Phoebe spelen geen rolletje. Ze zijn gewoon zichzelf. Hun verleden (de financiële wereld voor hem, de mode voor haar) schijnt soms door in hun oog voor detail. ‘Luxe betekent voor ons niet dat we dingen toevoegen’, vat Nuno samen. ‘Integendeel, het betekent net dat we het overbodige schrappen.’ En wanneer je Amaria verlaat, is dat precies wat je blijft koesteren: het gevoel dat je, een paar uur of een paar dagen lang, vlak bij de essentie bent geweest.
La Donaira: Andalusië op zijn best
De weg naar La Donaira is wat langer. Je moet de hoofdwegen verlaten, de heuvels intrekken en je erbij neerleggen dat je je oriëntatie een beetje kwijtraakt. En dan, achter een bocht, in the middle of nowhere, doemt plots een witte hoeve op. Daar is het. Op 1000 meter hoogte, in een van de best bewaarde regio’s van Europa. Meteen vanaf het eerste moment verandert er iets in je perceptie van de tijd. Het landgoed strekt zich uit over 700 hectare en telt slechts negen kamers. Die verhouding tussen oppervlakte en aantal kamers is indrukwekkend. La Donaira is dan ook geen hotel in de klassieke zin van het woord. Het is een boerderij, een heus ecosysteem, een statement: de moestuin, de dieren, de keuken, het wellnessgedeelte … De groenten worden ter plaatse geteeld, de eieren ‘s ochtends geraapt, het brood elke dag vers gebakken, de kazen gemaakt van de melk van de geiten en koeien van het landgoed. Het gaat hier om meer dan alleen een korte keten, deze plek is volledig zelfvoorzienend. Hier begint koken letterlijk vanaf de bodem en dat smaak je. Het hoofdgebouw is een cortijo van meer dan een eeuw oud. Het is tot in de puntjes gerenoveerd, maar zonder zijn authentieke karakter te verliezen. Elke kamer is uniek: sommige zijn heel minimalistisch, andere kijken uit op de omgeving. Er zijn ook moderne yurts, die bijna onwerkelijk lijken en waarin je vredig slaapt met zicht op het omringende landschap. Er is luxe, maar die valt in het niet bij de ervaring zelf. De dieren maken de meeste indruk. De ter plaatse gefokte Lusitano-paarden lopen vrij rond. Je kunt ze urenlang observeren of leren om ze op een andere manier te benaderen. Niet vanuit een logica van prestatie of dominantie, maar vanuit een oprechte verbinding. Hetzelfde geldt voor de Andalusische ezels, die je tijdens bepaalde wandelingen vergezellen. Hun nabijheid heeft iets diep rustgevends. De dagen vullen zich moeiteloos: wandelen door de olijfgaarden, rondneuzen in de kruidentuin, waar meer dan 350 planten getuigen van een andere manier van helen, deelnemen aan een workshop, koken, proeven van een ter plaatse geproduceerde wijn. Of gewoon niets doen. Naar het landschap kijken, naar de insecten luisteren, wachten op het aperitief bij zonsondergang (hier leef je immers op het Spaanse ritme). De spa maakt dit gevoel nog intenser: een buitenzwembad met bronwater, een binnenbad, een houtgestookte sauna en koudwaterbaden. Niets overweldigends, maar alles in volledige harmonie met de omgeving. In La Donaira is luxe niet meet- maar merkbaar. Aan de zuiverheid van de lucht, de nauwkeurige service, het gevoel weer terug te zijn bij de essentie. Je vertrekt er als een iets ander mens. Rustiger, ongetwijfeld. En ook bewuster.
La Réserve Ramatuelle: ver weg van de mediterrane drukte
Je hoeft Saint-Tropez maar achter je te laten, een klein stukje door te rijden, en alles verandert. De weg kronkelt omhoog, de begroeiing wordt dichter, de lucht droger. En dan doemt de zee weer op, weids en oneindig groot. Daar, hoog boven de kust, ligt La Réserve Ramatuelle. Het is een plek die je niet bij toeval ontdekt en die met opzet zo lijkt te zijn ontworpen, dat ze helemaal in het landschap opgaat. Wat ons bij aankomst opvalt, is niet de architectuur, maar de stilte. Die is bijna totaal en wordt alleen onderbroken door de wind, de krekels en het bijzondere licht van het schiereiland. Het hotel telt negentien suites en acht kamers. Allemaal kijken ze uit over de zee en hebben ze een terras of een privétuin. Het interieur is ontworpen door Jacques Garcia en roept het beeld op van een geïdealiseerde Rivièra, halverwege tussen modernisme en de gemoedelijkheid van de jaren ‘50. Al snel wordt duidelijk dat luxe hier een andere invulling krijgt. Allereerst is er de manier waarop je wordt ontvangen. Alles lijkt vanzelfsprekend, maar niets is aan het toeval overgelaten. Iemand spreekt je aan met je voornaam zonder dat je je kunt herinneren die ooit te hebben genoemd. Je krijgt precies op het juiste moment een kopje koffie aangeboden. En er al staat een auto voor je klaar nog voordat je zelfs maar om hebt gevraagd. Die bijna onzichtbare perfectie maakt deze plek uniek. Het is een vorm van constante aandacht, die echter nooit opdringerig wordt en die je het gevoel geeft dat je hier echt welkom bent. Die indruk wordt nog versterkt in de dertien villa’s die her en der in het dennenbos verspreid staan. Het voelt als thuiskomen, met een butler, een chef-kok, een huishoudster en een conciërgedienst die 24 uur per dag voor je klaarstaat. De dagen verstrijken zonder vast programma: ontbijt met zicht op zee (bijna onwerkelijk), zwemmen in de late voormiddag, lunch aan het zwembad, eenvoudig en genietend in het zonnetje. ’s Avonds verandert het tempo. In La Voile stelt chef-kok Éric Canino mediterrane gerechten samen die uitgebalanceerd, verfijnd en licht zijn. Elders kun je Japans-Peruaans dineren terwijl je geniet van de zonsondergang of je kunt de avond voortzetten met een cocktail op de patio. En dan is er nog de spa: een afzonderlijke ruimte, badend in het licht, waar je een holistische benadering van welzijn vindt. De Nescens-programma’s zijn zeer gestructureerd, haast wetenschappelijk, en nodigen uit om op een andere manier te vertragen: niet alleen ontspannen, maar ook je innerlijke evenwicht terugvinden. De tijd nemen om te begrijpen hoe je leeft, tot rust komt en slaapt. La Réserve Ramatuelle doet geen moeite om zijn gasten te imponeren. En dat is waarschijnlijk net waarom het zo goed werkt. Je keert huiswaarts met spectaculaire beelden op je netvlies en het ontegensprekelijke gevoel dat je de perfecte vakantie hebt beleefd.