Midden in de betonnen jungle van Sint-Jans-Molenbeek reist tuinarchitect Jeroen Provoost als een ontdekkingsreiziger door een experimentele terrastuin van wel 300 plantensoorten op amper 50m2. ‘De sequoia is de allergrootste boom, en leeft hier al tien jaar gelukkig als bonsai op het terras. Insane, toch?’

Beelden Eline Willaert

Het gebeurt wel eens dat buren van de omringende appartementsgebouwen op zoek gaan en komen aanbellen. Zo groot is de aantrekkingskracht van de weelderige tuin – hiding in plain sight – op Jeroen Provoosts dak.

Provoost is eigenlijk een burgerlijk ingenieur-architect, maar na enkele jaren in het vak bleek de lokroep van het tuinieren, dat hij bij zijn grootouders leerde, te groot. Terwijl hij vandaag geregeld aan grotere projecten werkt – zoals de Knoll-tuinen op het Salone del Mobile – blinkt zijn hoogstpersoonlijke stukje hemel uit in bescheidenheid, althans in vierkante meters. 

Op de voorgrond, de echte koning te rijk: poes Louis inspecteert de planten, van de bloeiende dahlia’s tot de sequoia-bonsai; de grootste boom ter wereld, hier op tuinterrasformaat.

Mentaal reizen

‘Rinus Van de Velde heeft een werk waarin hij zichzelf omschrijft als een reiziger door een zelf gecreëerde fantasiewereld’, vertelt de tuinarchitect terwijl hij tussen de yucca’s, de wolfsmelk, de rododendrons en de schaduwminnende vingerplanten meandert. ‘Een tuin is voor mij net hetzelfde. Ik laat me inspireren door foto’s, door planten die ik vind en zoek vervolgens hun natuurlijke habitat: hoe groeien ze, hoe ziet dat eruit? Zo kun je in een tuin mentaal reizen naar werelden waarvan je zelfs niet wist dat ze bestonden.’

De tuin, een geliefde aperospot met haar Muller Van Severen-stoeltjes richting zonsondergang, is in de eerste plaats een experimentele ruimte. ‘Doordat elke plant in een pot zit, kan ik de voeding makkelijk bijsturen. Een klassieke tuin heeft gewoonlijk één bodemsoort waar je vervolgens afhankelijk van bent voor je planten, hier kan ik zuur- én kalkminnende planten combineren.
’ Maar daarnaast is het vooral een collectietuin waar de zeldzame Pinus montezumae (een boom die sinds de Brexit onmogelijk nog hier geraakt) wiegt en een sequoia cypres gelukkig in een pot staat: ‘Dat is de grootste boom ter wereld, en hier staat ie als bonsai. Insane toch?’

Ergens buiten beeld glimt het Atomium, maar het zijn planten als ‘Pinus montezumae ‘Sheffield Park’’ en ‘Wollemia nobilis’, die Provoost bij gespecialiseerde kwekers van heinde en ver vindt, die de aandacht stelen.

Verplicht vak

‘Als het van mij afhing, was tuinieren een verplicht schoolvak’, zegt Provoost. ‘Het mooiste eraan is dat je er geen vat op hebt. Als mens is dat erg leerrijk: je moet leren afstand nemen, de balans zoeken tussen waar in te grijpen en waar niet. Zelfs wanneer ik het razend druk heb, maken vijf minuten tussen de planten een wereld van verschil. Dan verandert mijn mentale staat, zoom ik in op de details in al hun schoonheid, op knoppen, op texturen. Want het mooiste van al in een tuin is het afwachten. Iets banaals zien, en weten dat er iets fenomenaals komen gaat.’  

Jeroenprovoost.com