Julie de Troostembergh en Julien Loriers ontwikkelen een eigen visie op hedendaagse gastvrijheid. Hierbij hechten ze veel belang aan de schoonheid van het dagelijkse leven, de smaakcultuur en een sterke drang naar verbondenheid. Met tassé, hun mobiele koffiebar, en +table, een concept van immersieve etentjes op onverwachte locaties, creëert het Belgische duo ervaringen van design en gastronomie. Daarbij is elk detail zorgvuldig uitgewerkt en bedoeld om ontmoeting, uitwisseling en samenzijn te stimuleren.

Portret van Julien Loriers en Julie de Troostembergh. © BUREAU ROUGE
Hoe is het avontuur van tassé begonnen?
Julie: Tijdens mijn zwangerschapsverlof kwam alles tot stilstand … maar innerlijk voelde ik net het tegenovergestelde. De momenten met mijn dochter zijn essentieel geworden, maar tegelijkertijd is er op creatief vlak iets heel instinctief in een stroomversnelling geraakt. Het idee voor tassé is ontstaan uit een haast banale situatie. Julien en ik waren in een boetiek en kregen sap, water of champagne aangeboden. Maar eigenlijk hadden we gewoon zin in een kopje koffie. Het lijkt een onbelangrijk detail, maar het zegt veel: koffie schept meteen een band. Het is een heel sociaal drankje. Vanuit mijn ervaring in marketing en branding heb ik altijd geloofd dat een gemeenschap ontstaat rond oprechte interactie. Julien was de culinaire expert, ik wist mijn mannetje te staan op het gebied van branding en beleving. En zo is tassé ontstaan: een mobiele koffiebar die bedoeld is als ontmoetingsplaats én als esthetisch object.
Onlangs is de tassé-wereld verrijkt met een vintage Range Rover. Waarom juist deze auto?
Julie: Omdat tassé net zozeer draait om de beleving als om het imago. Het is altijd onze bedoeling geweest om een visueel aantrekkelijk project op te zetten dat ook esthetisch echt goed in elkaar zit. De first generation Range Rover heeft die tijdloze old school-charme. Ik ben altijd al dol geweest op het ontwerp en het bijna iconische silhouet. Maar afgezien van het object zelf rust tassé vooral op drie pijlers: merken een creatieve oplossing aanreiken, zichtbaarheid creëren en – wat in mijn ogen het belangrijkste is – banden smeden. Wanneer we tassé op een evenement opzetten, staat er altijd meteen een rij voor de koffiebar. Niet alleen omdat mensen een espresso willen, maar ook omdat ze tijdens het aanschuiven een praatje kunnen maken. Mensen ontmoeten elkaar, gaan met elkaar in gesprek en komen op adem. Dat is waar het in ons vak echt om draait.
Volgt +table diezelfde filosofie?
Julie: Ja, maar het tijdsverloop was anders. +table is ontstaan tijdens de coronacrisis, op een moment dat de hele gastronomische scene zichzelf opnieuw moest uitvinden. De restaurants waren gesloten en we hadden allemaal behoefte aan een gevoel van verbondenheid. In die periode kon Julien via een bevriende fotograaf gebruikmaken van een ongelooflijke locatie om een pop-updiner te organiseren. Hij creëerde een magische setting, nodigde een chef-kok uit, zorgde voor de juiste sfeer …
De mensen waren meteen laaiend enthousiast over het idee van een unieke eetervaring in een ruimte die eigenlijk helemaal niets met gastronomie te maken had. Tot op de dag van vandaag is dat nog steeds de basis van +table: een plek een andere bestemming geven dan waarvoor hij oorspronkelijk bedoeld was, om zo een emotionele ervaring te creëren.
Jullie projecten lijken elkaar heel goed aan te vullen. Geldt dat ook voor jullie zelf?
Julie: Ja, absoluut (lacht). Julien bedenkt vooral de locaties, de sfeer en het ritme van de diners. Ik houd me meer bezig met de contacten, de samenwerkingen en bepaalde chef-koks. Zo heb ik hem bijvoorbeeld verteld over Julien Sebbag, die ik zelf al kende. tassé en +table komen uiteindelijk op hetzelfde neer: het genoegen om mensen samen te brengen rond smaak, gesprek en gastvrijheid.
‘Voor ons is werk een manier van leven, een passie.’
Jullie werken ook voor Mix in Brussel. Is er een verband tussen deze verschillende projecten?
Julie: Zeker. Mix maakt tegenwoordig deel uit van de groep Mingle, die nieuwe locaties in Brussel ontwikkelt. Wat mij interesseert aan dit soort projecten, is dat het om meer gaat dan alleen het bouwen van een hotel of een restaurant. Je creëert een bestemming, een energie, een gemeenschap. Dat is precies ook het idee achter tassé: we willen een totaalervaring bieden, niet alleen een dienst. Ons volgende project, Dansaert Athletics, sluit hier ook op aan. We willen die gemeenschap in het centrum van Brussel nog verder uitbreiden.

Tweede editie van +table in 2022 met chef-kok Hadrien de Vaucleroy (Batch), locatie Volta. Er loopt een architecturaal project om dit gebouw, binnenkort WATT Brussels, nieuw leven in te blazen. © MAXIMILIEN DE DEYCKER
Wat is jullie relatie met alledaagse voorwerpen?
Julie: Koffie is erg belangrijk voor ons. Lange tijd gebruikten we elke ochtend kopjes van de Brusselse keramiste Frédérique Ficheroulle … tot onze dochter ze bijna allemaal heeft gebroken. Sindsdien zijn we een beetje en stoemelings met een verzameling begonnen: bij elke reis nemen we koffiekopjes mee naar huis. Het zijn onze favoriete souvenirs. De nieuwste komen uit La Grenouillère.
En hoe ziet jullie ideale tafel eruit?
Julien: We zijn geen fanatieke verzamelaars van designmeubels. Voor ons is een geslaagde tafel er vooral een die mensen bij elkaar brengt. Maar onze favoriete plek blijft wel Au Grand Forestier, op een paar minuten van ons huis. Daar voelt het voor het hele gezin als de hemel op aarde.
‘Als mensen je nadoen, betekent dat volgens mij dat je goed bezig bent, dat je iets nieuws hebt bedacht en iets hebt gecreëerd dat mensen bijblijft.’
Hoe vinden jullie een evenwicht tussen gezinsleven en ondernemerschap?
Julie: We hebben nooit volgens klassieke werktijden gewerkt. De evenementenbranche stopt nu eenmaal niet om 18 uur en het zit ook gewoon in ons DNA. Julien is opgegroeid met een vader die in het weekend werkte en ik kom zelf uit een familie van ondernemers. Onze dochter gaat vaak met ons mee naar evenementen. Ik vind het belangrijk dat ze ziet hoe haar vader creatief bezig is, werkt en gasten ontvangt. De enige regel die we onszelf opleggen, is dat we nooit over werk praten als we samen gaan hardlopen of wandelen. Dan nemen we even de tijd om op adem te komen.