Ver weg van de voorspelbare hoteladressen zijn deze plekken zóveel meer dan louter een verblijf. Ze resoneren met hun omgeving, combineren een sterke lokale identiteit met een flinke portie durf en vormen karaktervolle bestemmingen die je volledig onderdompelen in de wereld van de hedendaagse architectuur.

Door Maryse Quinton 

Icone citation

‘Ik wist nooit waar ik naartoe ging, maar ik ging er naartoe’ Frank Gehry

In New Haven, Connecticut (VS), krijgt een gebouw van Marcel Breuer uit de jaren 70 een tweede leven als Hotel Marcel. Het was ooit de thuisbasis van Armstrong Rubber en later Pirelli, en stond vervolgens twintig jaar leeg voor de architecten Becker + Becker er nieuw leven in bliezen. Ze herstelden de brutalistische gevels in ere en gaven het interieur een hedendaags comfort – van de 165 kamers tot de gemeenschappelijke ruimtes. © seamus payne

In Brussel kreeg het voormalige hoofdkwartier van verzekeringsmaatschappij Royale Belge (1970) een verrassende tweede adem als The Mix, een hybride bestemming waar onder meer een hotel met 180 kamers onderdak vindt. De bureaus Caruso St John Architects, Bovenbouw Architectuur en DDS+ wisten de iconische architectuur uit die periode te behouden en tegelijk nieuw leven in te blazen.

Sinds kort biedt Mix naast de fitnessruimte, coworking en het hotel ook een nieuwe generatie serviced living aan. Kleine, zorgvuldig ingerichte appartementen waar je een maand of langer kunt verblijven, met alle comfort van thuis en de service van een vijfsterrenhotel. Suites van 50 m², verse bloemen, matcha-melkopschuimer, conciërgeservice via WhatsApp… En de komst van Mix Grand-Place belooft de hoofdstad nog wat meer op te schudden. Mix.brussels. © Serge Brison

In Punta Zicatela, dé surfspot van Mexico, ontwierp Ludwig Godefroy Casa TO: een plek die tegelijk aan tempels en waterreservoirs doet denken. Beton vormt er de stille hoofdrolspeler, als decor voor een uiterst intiem hotel met slechts negen kamers en een verbluffend zwembad. © Jaime Navarro

In Miami Beach blijft The Setai een van de meest overtuigende voorbeelden van hoe art-deco-erfgoed moeiteloos kan samenvloeien met modern comfort. Het oorspronkelijke gebouw, opgetrokken tussen 1936 en 1938 onder de naam Dempsey-Vanderbilt Hotel, werd ontworpen door Henry Hohauser, een sleutelfiguur binnen de moderne architectuur van South Beach. De symmetrische gevel, de geometrische lijnen, de herhaalde vissengraatmotieven en de ingetogen elegantie bepaalden toen de esthetische normen van het tropical deco. Tijdens de transformatie tot Palace nam hotelier Adrian Zecha de leiding over een project dat in 2004 tot een opmerkelijke beslissing leidde: het vermoeide historische gebouw werd volledig ontmanteld en daarna identiek heropgebouwd. Voor de architectuur werd een beroep gedaan op Alayo Architects, met Schapiro & Associates als voornaamste architecten, om de trouw aan de structuur en het erfgoedkarakter te bewaken. Tegelijkertijd verrees aan de oceaanzijde een glazen toren van 40 verdiepingen, die de skyline van de beroemde Collins Avenue hertekende. Hier vinden we de meest royale residenties en suites, waaronder de Ocean Suites, die uitpakken met weidse uitzichten op de Atlantische Oceaan. Binnenin werd de inrichting toevertrouwd aan de Belgische architect Jean-Michel Gathy (Denniston International) en Jaya Pratomo Ibrahim (Jaya & Associates). Samen bepaalden zij de unieke identiteit van The Setai: een subtiel samenspel van art deco en uitgesproken Aziatische invloeden zoals Birmees teak, donkere steen, brons, zorgvuldig geselecteerde objecten en een rustgevend kleurenpalet. Het resultaat is een krachtig esthetisch statement dat inzet op vakmanschap en detail, en niet op opzichtig vertoon.

Milaan is een stad vol geheimen, een plek die wonderen kan verbergen en uitzonderlijke locaties decennialang onzichtbaar weet te houden. Dat geldt ook voor Corso Venezia 11, waar achter een imposante barokpoort , in de 17de eeuw ontworpen door Francesco Maria Richini, een van de meest uitzonderlijke en historisch beladen plekken van de stad schuilgaat: het voormalige aartsbisschoppelijke seminarie van Milaan. Meer dan twintig jaar bleef het volledig gesloten voor het publiek. In 2022 werd dit verborgen domein opnieuw tot leven gewekt onder de naam Portrait Milano, dankzij een groots project van Lungarno Collection (de hoteltak van de familie Ferragamo) en architect Michele De Lucchi. Ze schonken het opnieuw aan de stad door het om te vormen tot een nieuwe hotspot waar gastvrijheid, cultuur, design, welzijn en stadsleven in elkaar overvloeien met een hotel dat zich met gemak kan meten met een modern Palace.

La Fondation in Parijs voelt als een mooie adempauze in de drukte van het stadsleven. Het gebouw, gerenoveerd door Philippe Chiambaretta, bewaart sporen van zijn verleden: een spiraalvormige betonnen helling, grote plafondhoogtes, een gevel waar zwart metaal, houtwerk en brede raampartijen met elkaar in dialoog gaan… De gevel verwijst naar het brutalisme, verzacht door de begroeiing van de terrassen, de binnenplaatsen en de hangende tuin. Binnenin creëerde het bekende New Yorkse duo Roman & Williams, Robin Standefer en Stephen Alesch, warme ruimtes die onderling met elkaar verbonden zijn. De meeste designelementen zijn hier op maat gemaakt door ambachtslieden.
Een veelzijdige en gedurfde plek.

Als een kubus van steen, hout en glas, begroeid met de verticale tuinen van de Franse botanicus Patrick Blanc, behoort Il Sereno tot de mooiste hotels ter wereld en oogt het als een UFO in het wat verouderde architecturale landschap van de regio. Vergeet hier arcadische loges, marmeren kolommen of beschilderde plafonds: het design is resoluut hedendaags. Dat is ook niet verwonderlijk, want het project werd toevertrouwd aan Patricia Urquiola. Met zijn ruwe materialen, Ceppo di Gré-steen en donker hout is het hotel een juweeltje van Italiaans design, ingericht met meubilair van Cassina, Kettal en Molteni.