In een postmodernistisch gebouw in de Belgische hoofdstad zijn architectes Veerle Van de Walle en Francesca Bonne van het bureau Altu de uitdaging aangegaan  om twee duplexwoningen samen te voegen en oplossingen op maat te bedenken.

Foto’s DePasquale+Maffini

Op elk moment van de dag baadt dit duplexappartement in natuurlijk licht. Grote raampartijen openen het zicht op het centrum van Brussel, waar oude winkels, pakhuizen en woningen in elkaar overvloeien. Waar je ook staat of kijkt, het interieur voelt vanzelfsprekend en helder geordend aan. Alles is ontworpen door de architectes van het Antwerpse bureau Altu, dat in 2020 is opgericht door Veerle Van de Walle en Francesca Bonne. Vanuit het postmodernistische karakter van het gebouw ontwikkelden zij een originele en coherente woonomgeving. Hiervoor hebben ze de plattegronden en de verdiepingen hertekend, een nieuwe trap en een haard ontworpen en schuifdeuren in wandbrede rekstructuren aangebracht. Het alomtegenwoordige lichte hout, de witte wanden, de modernistische rondingen van de trap en de plantenbakken langs de treden creëren samen een sfeer die herinnert aan het tropisch modernisme. ‘Vroeger waren hier twee duplexwoningen in loftstijl en met een gewelfd dak. We zijn erin geslaagd om ze tijdens het project samen te voegen, zodat we één groot appartement konden creëren’, vertelt Francesca Bonne.

Icone citation

‘Vroeger waren hier twee duplexwonigen in loftstijl.’ Francesca Bonne, architecte van het bureau Altu

Om de twee flats tot één geheel te smeden, hebben de architectes eerst de scheidingsmuur verwijderd. In de plaats kwam een sculpturale trap, geïnspireerd op die van het Mirador del Río op Lanzarote, het iconische werk van kunstenaar en beeldhouwer César Manrique op de Canarische Eilanden. Hier wordt de trap echter omzoomd door ingebouwde plantenbakken die de natuur letterlijk naar binnen trekken. De uitbundige beplanting creëert een bijna tropische atmosfeer, als tegengewicht voor de minerale stedelijke context buiten.

Onder de trap is een royale open ruimte, opgevat als een centraal atrium dat het licht opvangt en door de hele flat laat circuleren. Door de circulatie tussen de kamers te verduidelijken, hebben de architectes ook de structurele kwaliteiten van het geheel sterker naar voren gebracht. Een van de meest precieze ingrepen betrof het nivelleren van de verschillende hoogtes onder het gewelfde dak. ‘In de hoogte werken, is altijd complex. Hier hadden we te maken met twee verschillende rondingen in het dak. Die beperking heeft heel wat denkwerk vereist, zeker omdat de kleinere kamers in hun oorspronkelijke configuratie behouden bleven’, aldus Francesca.

De architectes hebben echter niet alleen de volumes over de verschillende niveaus van dit driekamerappartement heringedeeld. Ze hebben ook maatwerk toegevoegd: opbergruimtes, legplanken en meubilair, alles uitgevoerd in hout. Die gepersonaliseerde details zijn subtiel maar doordacht: een werkblad in jaren-tachtigstijl en een spatwand in porfier in de keuken, en het op maat gemaakte houten bed in de master bedroom dat de kamer met zijn strakke witte muren een heerlijk warme toets schenkt. Ook de verlichting  – ‘essentieel, niet om een stijl op te leggen maar om samenhang te creëren’, aldus Francesca Bonne – werd in dialoog met de architectes bepaald. In de badkamer voegen diepblauwe, glanzende tegels een esthetische spanning toe zonder nadrukkelijk te worden. De architectes zijn dan ook dubbel tevreden: over het vertrouwen van hun opdrachtgevers én over een resultaat dat luchtig en geïntegreerd aanvoelt, als een zorgvuldig opgebouwd verhaal.

Icone citation

‘In de hoogte werken, is altijd complex. […] Die beperking heeft heel wat denkwerk vereist.’ Francesca Bonne, architecte van het bureau Altu