Linkebeek: Altijd met vakantie

Ten zuiden van Brussel vond architect Nelson Van Campenhout zijn thuis in een modernistische woning uit de jaren 70, ontworpen door Charles Van Bever. Samen met zijn vrouw Jessica en hun drie kinderen kiest hij er voor een pure, lichte levensstijl, waar het dagelijkse leven zich op blote voeten afspeelt, tussen huis en tuin. Foto’s Justin Paquay

Hoewel de stad eigenlijk vlakbij is, lijkt ze hier gewoon niet te bestaan. Dat is ook voor een deel waarom Nelson Van Campenhout ervoor heeft gekozen om zich hier met zijn gezin te vestigen, in een woning van Charles Van Bever. Voor hem voelt het als thuiskomen: hij groeide op in deze gemeente en voelt zich nog altijd diep verbonden met de groene, open omgeving. ‘Ik heb hier een deel van mijn jeugd doorgebracht en ben later samen met Jessica en onze drie kinderen – Louis, Margot en Victoria – teruggekomen’, zegt hij. Daarmee benadrukt hij hoezeer deze plek verweven is met zijn persoonlijke verhaal.

Het huis is ontworpen in 1971. Op de bovenverdieping was er plaats voor de zes kinderen van Van Bever, beneden zat zijn kantoor. ‘Het huis was al erg mooi, met een slim doordachte indeling’, vertelt Nelson Van Campenhout. Het ontwerp is typisch voor zijn tijd: een parallellepipedum met veel ramen aan de zuidkant, gericht op de tuin, en een bakstenen noordgevel waarachter de dienstruimtes zijn ondergebracht. Toen hij er zijn intrek nam, besloot Nelson Van Campenhout de oorspronkelijke sfeer en materialen (hout, baksteen en travertijn) te respecteren, maar de doorgangen logischer en eenvoudiger te maken. Hij haalde een aantal scheidingswanden neer, waardoor nieuwe perspectieven ontstonden en de keuken nu in direct contact staat met de woonkamer. Licht is de hoofdrolspeler en elk uur van de dag onthult het huis een ander gezicht. ‘We wilden de kwaliteiten van het huis behouden, maar de overgang tussen de ruimtes vloeiender maken. Daarom hebben we muren doorbroken om zichtlijnen te creëren, een gang te openen en de woonkamer te verbinden met de eetkamer.’

Die woonkamer is trouwens het perfecte voorbeeld van die benadering. Als centrale ruimte, tegelijk leefruimte en doorgangsplek, belichaamt ze het hart en de ziel van het huis. ‘Het mooie hier is dat je altijd het gevoel hebt op vakantie te zijn. Soms lijkt het alsof we in een huis aan zee verblijven, soms zitten we in een chalet bij het haardvuur.’ De tuin versterkt dat vakantiegevoel nog. Vanuit elke kamer kijk je uit op het groen en de omliggende velden. Aan de voorzijde filteren een vijgenboom en een Japanse esdoorn het licht mee met de seizoenen. Het terras dat het huis omringt, volgt het ritme van de zon: in het oosten bij het ontbijt en in het westen als het tijd is voor het avondeten.

De woonkamer van het huis, met canapés Bastiano van Tobia Scarpa, die al vijftig jaar een echte must zijn.

 

‘We hebben muren doorbroken om zichtlijnen te creëren, een gang te openen en de woonkamer te verbinden met de eetkamer.’

Nelson Van Campenhout heeft die liefde voor het bestaande van zijn vader, eveneens architect. ‘Mijn broers en ik zijn opgegroeid in huizen die mijn vader had verbouwd. We waren altijd omringd door objecten, schilderijen en architectuurboeken en leefden in warme, gezellige ruimtes. Zo leerden we spelenderwijs hoe je perspectieven creëert, een kolom ombouwt tot boekenkast, of gevonden stenen en afgedankte lijsten tot iets nieuws omtovert.’ Het was een opvoeding vol observatie en tastbare ervaringen – lessen die nog steeds doorwerken in zijn manier van werken vandaag.

Vanuit diezelfde ingesteldheid richtte hij tien jaar geleden samen met zijn Argentijnse vriend Santiago Giusto het bureau Giusto Van Campenhout op. De twee architecten leerden elkaar kennen aan La Cambre en werken sindsdien samen. ‘We ontmoetten elkaar op de eerste schooldag en zijn sindsdien onafscheidelijk. Elke dinsdagnamiddag hebben we nog altijd onze vaste videovergadering, waarin we samen tekenen en lopende projecten bespreken.’

‘We hebben altijd het gevoel op vakantie te zijn. Soms lijkt het alsof we in een huis aan zee verblijven, soms zitten we in een chalet bij het haardvuur.’

Het duo heeft een kantoor in Brussel en eentje in Buenos Aires, en werkt vanuit een eenvoudige filosofie: voortbouwen op wat er al is en de kwaliteiten daarvan versterken. ‘In onze praktijk vertrekken we vaak vanuit gewone gebouwen, die we dan een nieuwe logica en betekenis geven.’

Die complementariteit zien we ook terug in hun projecten aan beide kanten van de Atlantische Oceaan. In België zetten het licht en het klimaat hen ertoe aan om te spelen met glas en overdekte buitenruimtes. In Argentinië schept de directere en minder strak gereguleerde bouwcultuur weer andere vrijheden. Het zijn dus twee uiteenlopende contexten, maar steeds met dezelfde visie op architectuur, namelijk de klanten een manier van leven voorstellen.

 

‘We vinden het heerlijk om hier te wonen, en ik hou ervan dat een huis met ons leven kan meebewegen en transformeren.’

Het bureau heeft intussen heel wat markante projecten uitgevoerd. In Brussel herinterpreteert de Hidden Villa, verscholen in een binnenhof in Elsene, de klassieke villatypologie in een hyperstedelijke context: ze ligt half ondergronds en mondt dan uit in een grote serre die op haar beurt uitgroeit tot een volwaardige leefruimte. Nog in Brussel werkt het bureau, samen met kunstenaar Michel François, aan een nieuwe inrichting voor het Paleis voor Schone Kunsten. Het is hun ambitie om de Hortahal een warmere, meer gastvrije en comfortabele uitstraling geven. In Uruguay voltooiden de twee onlangs een woongebouw met achttien appartementen die uitkijken over zee, met daarboven een ruime gemeenschappelijke daktuin. Hoe uiteenlopend de projecten ook zijn, ze dragen dezelfde signatuur: architectuur die nauw aansluit bij het leven zelf, met ruimtes als open kaders waarin ieder zijn eigen manier van wonen kan schrijven.

In zijn eigen huis in Linkebeek brengt Nelson Van Campenhout met zijn gezin diezelfde principes in de praktijk. Geen opsmuk, maar een woning ontworpen om lang mee te gaan, mee te groeien en het dagelijkse leven te ondersteunen. ‘We vinden het heerlijk om hier te wonen. Zelf hou ik ervan dat een huis met ons leven kan meebewegen en transformeren.’ Als er één element absoluut moest blijven? Nelson Van Campenhout twijfelt niet: ‘De open haard, waarvan Jessica absoluut wilde dat die behouden bleef.’ Die wens voelt intussen vanzelfsprekend aan en herinnert aan wat architectuur in essentie is: een bron van huiselijkheid en warmte. 

 

‘Mijn broers en ik zijn opgegroeid in huizen die mijn vader had verbouwd. We waren altijd omringd door objecten, schilderijen en architectuurboeken en leefden in warme, gezellige ruimtes.’